Exacie 1

Bij De Hertog worden roei- en stuurvaardigheid, kennis van vaarreglementen, materiaalkennis etc getoetst door middel van examens.

Voor verschillende typen boten is een verschillend niveau van roeivaardigheid vereist. Voor C-boten bijvoorbeeld heb je minder examens nodig dan voor glad materiaal.

Als jij en je coach vinden dat je er aan toe bent kun je je, individueel of met je ploeg, inschrijven voor het gewenste diploma op een van de geplande examendata: via het tab “Roeien/Examens inschrijven en plannen”.

Soorten examens

  • Theorie-examen over vaarreglementen, veiligheid en materiaalkennis en is een toelatingseis voor alle andere examens behalve Roeien 1.
  • Stuurdiploma’s kunnen gehaald worden door een opleidingsprogramma te volgen, of door een stuurexamen af te leggen.
  • Roeivaardigheden of Roeibevoegdheden worden verkregen door het afleggen van een examen in een boot.

De examencommissie beoordeelt de theorie-kennis en de vaardigheid waarmee iemand kan roeien of sturen, waarbij ook gekeken wordt naar de wijze waarop met het materiaal wordt omgegaan. Na het behalen van een roeibevoegdheid mag je in die boten roeien waarvoor die bevoegdheid kwalificeert. Welke boten dat zijn wordt bepaald door de commissaris materiaal of het bestuur.
Exacie 2

Welke bevoegdheden nodig zijn voor welke boot kun je vinden op de pagina voor bootreserveringen, op de website.  

Verdere info, zoals de eisen voor de diverse examens, is te vinden in de tabbladen hieronder.

Heb je vragen?
Neem dan contact op via e-mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 




Examentraject


De Hertog kent de volgende roeibevoegdheden:

  • Theorie (T),
  • Roeien 1/2/3 (R1, R2, R3),
  • Skiffen 1/2/3 (S1, S2, S3),
  • Sturen A/B/8+/Z (StA, StB, S8+, StZ).

Je kunt de examens niet in een willekeurige volgorde afleggen; het niveau gaat van elementair naar gevorderd. Zie onderstaand schema.

Roei flow





Allereerst is er het Theorie-examen voor algemene kennis van materiaal, vaarregels en veiligheid. Voordat je een praktijkexamen kan doen (met uitzondering van R1), moet je eerst het T-examen gehaald hebben.

Als je in een skiff wil roeien heb je een skiffdiploma nodig. Er zijn 3 niveaus voor skiffen:

S1 (Skiffen 1), basis skiffbevoegdheid;

S2 (Skiffen 2), gewone skiffbevoegdheid;

S3 (Skiffen 3), gevorderde skiffbevoegdheid.

Voor gestuurde en ongestuurde boten zijn er de volgende roeibevoegdheden:

R1 (Roeien 1), basis roeibevoegdheid

R2 (Roeien 2), gewone roeibevoegdheid

R3 (Roeien 3), gevorderde roeibevoegdheid.

Voor een ongestuurde twee of vier heeft de boeg naast R2 of R3 ook een skiffbevoegdheid nodig (S2 of S3), dit in verband met stuurervaring (en ook roeiniveau).

Voor meer informatie zie ook Sturen Z.

Stuurbevoegdheden zijn:

StA (Sturen A), basis stuurbevoegdheid om C-materiaal te mogen sturen.

StB (Sturen B), stuurbevoegdheid nodig voor gladde boten. Hierbij kan je nog de aantekening "8+" krijgen om een acht te mogen sturen.

StZ (Sturen Z, 'Sturen Zonder'), stuurbevoegdheid voor de boegplaats in de ongestuurde boordnummers 2- en 4- (R3-niveau), en het ongestuurde scullnummer 4x.

Theorie-examen


Als je het water op wilt gaan is het belangrijk dat je kennis hebt van voorrangsregels, vaarreglementen, lokale omstandigheden (zoals stroming), veiligheid, en materiaal.

Om dit te toetsen is er een schriftelijk theorie-examen.

Toelatingseis: geen

Exameneisen:

  • Voldoende kennis van materiaal en hoe ermee om te gaan.
  • Weten onder welke weersomstandigheden er geroeid mag worden.
  • Kennis van vaarreglementen (voorrangsregels e.d.), getest aan de hand van situaties.
  • Kennis van bijzondere situaties op ons roeiwater: op welke plekken moet je extra goed opletten?
  • Kennis van veiligheidsregels.

 

Examenstof:

  1. Voorbeeldvragen theorie
    In het document onder deze link staan voorbeeldvragen theorie voor T-examen. 
    De antwoorden zijn te vinden op de website van RV De Hertog op de pagina’s genoemd onder (2) en (3).
    Het is natuurlijk leerzamer om de antwoorden te vinden door bestudering van deze pagina’s dan om alleen de antwoorden te leren uit een of andere circulerende lijst, vandaar dat er geen door de examencommissie opgestelde en goedgekeurde lijst antwoorden bestaat.
  2. Binnen pagina Roeien, de tabbladen:
    Veiligheid, Roeiwater & stroming, Vaarregels, Roeiverboden (en onderliggende tabbladen).
  3. Binnen de pagina Materiaal, de tabbladen:
    Uitleg over boten, Hoe omgaan met materiaal?, (hierin o.a. Handleiding Commando's; Hoe draag je een reddingsvest op veilige wijze; Onderdelen van een boot).

Omslaande roeiboot op zee 

Op de foto dragen de roeiers geen reddingsvest.

De KNRB heeft een reader 'Roeien op stromend water' ontwikkeld.

 

 

 

 

 

 

 


Roeiexamens



Roeien 1 (R1)

Na het halen van R1 kun je zelfstandig roeien in C-materiaal en enkele andere boten. Welke boten dat zijn kan je zien op de website bij ‘Boten afschrijven’. Hoofdzaken zijn: blessurevrij roeien, en een correcte basishaal.

Af te leggen in C4(x)+ of C2(x)+.

Toelatingseis: geen.

Aandachtspunten:

* Volgorde van bewegingen in de roeihaal
* Geen blessure-veroorzakende fouten (bokkepoot, door bankje trappen)
* Redelijk gebruik armen, rug, benen   
* Redelijke inpik & uitpik    
* Enige gelijkheid in de ploeg    
* Gelijkheid bakboord & stuurboord.

Handelingen / tests die gevraagd kunnen worden:

* Manoeuvres (rondmaken, noodstop)    
* Materiaalbehandeling, boot in- en uitbrengen    
* Commando's vlot opvolgen.

 

Roeien 2 (R2)

Met deze bevoegdheid kun je zonder begeleiding roeien in een aantal gladde boten; welke dat zijn is te vinden in het bootreserveringsschema.

Af te leggen in C2(x)+ of C4(x)+.

Toelatingseis: examens Roeien 1 en Sturen A succesvol afgelegd (en dus ook Theorie).

Aandachtspunten:

* Alle eisen van R1    
* Gelijkheid    
* Beheerste, vloeiende, correcte haal    
-    rustig rijden    
-    niet diepen    
-    snelle keerpunten    
-    goed gebruik benen/rug/armen    

* Inpik en uitpik    
-    inpik: water naderen, redelijk direct, niet te diep    
-    uitpik: blad verticaal, schoon uit, niet traag    

* Balans: geheel watervrij in C boot.

Handelingen / tests die gevraagd kunnen worden:

* Tempowisselingen (gelijkheid)    
* Steigerung (volgen)    
* Uitlengen of inkorten    
* Stopjes 1, 2, 3 
* Met ogen dicht roeien (gelijkheid)    
* Wegvaren vanuit uitpikhouding.

 

Roeien 3 (R3)

Nodig voor roeien in gladde wedstrijdboten die door het bestuur zijn aangewezen. De uitslag is individueel, maar de proef wordt als ploeg afgelegd. De manier waarop de ploeg als geheel roeit is belangrijk voor de uitslag.

Af te leggen in 4(x)+ (glad) of 8+.

Toelatingseis: examen Roeien 2 (dus ook T en StA) succesvol afgelegd.

Aandachtspunten:

Alle eisen van R1, R2    

* Goede gelijkheid in de ploeg
-   ook bij tempowisseling    
-   in lichaamswerk en in haal zelf    

* Houding: sterk zitten; benen/rug/armen    
-    hoogte van de handen tijdens recover    
-    koppeling benen - rug - armen    

* Krachtige stuwende haal    
* Contrast in haal    
* Inpik en uitpik: eisen op directheid zijn nog wat hoger dan bij R2    
* Balans: in gladde boot watervrij roeien.  

Handelingen / tests die gevraagd kunnen worden:    

* Uitlengen / inkorten ( = omgekeerd uitlengen)   
* Startje, baanhalen (26 +)    
* 1ste, 2de en 3de stop watervrij    
* Wegvaren vanuit uitpikhouding (watervrij).

 

Skiffen 1 (S1)

Nodig om zelfstandig (zonder begeleiding) te mogen roeien in een (basis-) skiff.

Voor oefenskiff (C1x, Oef1x) is geen diploma vereist.
Het is aan te raden dat Sturen A en Roeien1 met succes zijn afgelegd, maar verplicht is dat niet.
Iemand die S1 heeft gehaald heeft overigens NIET automatisch Sturen A.

Toelatingseis: Theorie-examen succesvol afgelegd.

Aandachtspunten:

* Volgorde van bewegingen in de roeihaal en houding    
* Regelmatig omkijken, obstakels vermijden (laten lopen mag)     
* Geen blessure-veroorzakende fouten (bokkepoot, door bankje trappen)
* Juiste volgorde benen-rug-armen    
* Gebruik armen    
* Gebruik rug    
* Gebruik benen    
* Inpik (bakboord/stuurboord gelijk)    
* Haal (bakboord/stuurboord gelijk)    
* Uitpik (bakboord/stuurboord gelijk)    
* Stuurboordwal houden.

Handelingen / tests die gevraagd kunnen worden:    

* Manoeuvres (rondmaken, noodstop)    
* Strijken minimaal 10 halen    
* Aanleggen (zonder het vlot te raken)
* Boot in- en uitbrengen.

 

Skiffen 2 (S2)

Met S2 mag je roeien in volwaardige skiffs en dubbeltweeën; boten als aangegeven in het reserveringsschema. Om een idee te geven: vereist is een goede beheersing van de boot, en een technisch goede haal, maar watervrij is nog geen eis.

Af te leggen in een gladde skiff van S1 niveau.

Toelatingseis: S1 (en dus ook Theorie).

Aandachtspunten:

* Alle eisen van S1    
* Stuwende haal    
* Volgordes benen-rug-armen    
* Houding    
* Rustig oprijden tijdens recover   
* Souplesse in de haal (dus geen stop in de bewegingen)
* Zo nu en dan een watervrije haal    
* In- en uitpik (verticale beweging)    
* Regelmatig omkijken zonder te laten lopen    
* Koers houden    
* De boot laten doorlopen 
* Goed manoeuvreren, strijken, obstakels ontwijken.

Handelingen / tests die gevraagd kunnen worden:

* Alleen afzetten van en aankomen aan het vlot
* Voetenbord op het water stellen    
* Bal uit het water halen    
* Op de plaats rondmaken    
* Noodstop en houdend uitwijken (bakboord; stuurboord)    
* Skiffen met wisselend tempo en kracht (spoelhaal - 80% kracht)    
* Stopje 1,2,3.

Opmerking: De proeven Skiffen 1 en Skiffen 2 geven GEEN vrijstelling voor de proef Sturen A.


Skiffen 3 (S3)

Deze bevoegdheid heb je nodig om in de aangewezen gladde wedstrijdskiffs en dubbeltweeën te mogen varen of als boeg in een grotere ongestuurde boot. Voordat je deze proef mag doen moet je Skiffen 2 en Sturen A hebben gehaald.

Af te leggen in een gladde skiff (S2).

Toelatingseis: examens Skiffen 2 en Sturen A succesvol afgelegd (en dus ook Theorie).

Aandachtspunten:

  • Alle eisen van S1 en S2    
  • Krachtige, stuwende haal 
    (sterke eindhaal / efficiënte overbrenging van kracht op de bladen)
  • Contrast in haal    
  • Goede lichaamshouding (sterk zitten, schouders ontspannen)    
  • Koppeling benen - rug - armen    
  • Zeer goede keerpunten    
  • inpik: direct en subtiel - verticale beweging van de armen    
  • uitpik: schoon en vlot - eerst uitpik dan klippen    
  • Balans, Watervrij roeien (circa 80% van de halen)    
  • Zeer goede controle over de boot    
  • Ontspannen, zelfverzekerd in de boot zitten   
  • Goed aan stuurboordwal roeien     
  • Omdraaien en koers houden zonder uit balans te raken.   

Handelingen / tests die gevraagd kunnen worden:

* Boot klaarleggen, uitzetten en aanleggen, zelfstandig    
* Staande start + 20 (10 halen T30+, 10 halenT27+ )    
* Vliegende start + 20 halen    
* Ongeklipt uitlengen
* Ongeklipt, watervrij roeien 20 halen
* 20 halen op min. 90 % kracht roeien (laag T en hoog T)    
* Stopje 1,2,3 watervrij.


Stuur-examens

Sturen A

De Sturen A bevoegdheid is nodig om te mogen sturen in C boten.

Toelatingseis: Theorie-examen succesvol afgelegd.

Sturen A kun je halen door stuurles te volgen bij de STIC (Stuurinstructiecommissie) en de Afvinklijst af te werken; zie de pagina “Roeien / Roeien & Coaching / Sturen A,B en 8+ “. 

Alternatief: Als je al de nodige stuurervaring hebt (kan bv. gelden voor zij-instromers), kan je ook direct examen doen, op een van de praktijkexamendagen.

In dat geval bestaat het examen uit het uitvoeren van een aantal manoeuvres voor het vlot van de vereniging, in C4(x)+. Een lid van de Examencommissie roeit mee in de boot waarin de stuurproef wordt afgenomen.

Eisen voor het alternatief examen

  • Boot door roeiers uit- en in laten brengen, daarbij zicht houden op boot en ploeg en de juiste commando’s geven
  • Juiste commando’s geven bij instappen en stellen
  • Letten op materiaalbehandeling door de roeiers
  • Boot afhouden van vlot indien nodig
  • Goed kunnen manoeuvreren op het water
  • Tussen uitgezette piketten kunnen manoeuvreren
  • Rondmaken in smal water
  • Een in het water liggend voorwerp (bal) kunnen ophalen (halend en strijkend)
  • Halend en strijkend aanleggen, zowel aan stuurboord als aan bakboord, zonder het vlot te raken
  • Blijk geven te letten op ander waterverkeer, zoals uitzettende roeiboten e.d.
  • Helder en beslist de goede commando's geven.

Het laatste is belangrijk omdat er regelmatig vrij sterke stroming en/of zijwind is, en omdat de situatie onder alle omstandigheden beheerst moet blijven, bijvoorbeeld als er een binnenvaartschip op je af komt of er iets anders onverwachts gebeurt.

Sturen B 

Sturen B is vereist om te mogen sturen in gladde boten.

Toelatingseis: StA (dus ook T) succesvol afgelegd.

Ook Sturen B kun je behalen door stuurles te volgen bij de STIC en een Afvinklijst af te werken; zie de pagina “Roeien / Roeien & Coaching / Sturen A,B en 8+ “. 

In plaats daarvan kun je er ook weer voor kiezen om direct examen te doen, middels een afspraak met een van de examinatoren. Die mogelijkheid is er i.h.b. voor zij-instromers, die al de nodige stuurervaring hebben.

Ingeval je kiest voor examen doen, dan bestaat dat uit het sturen van een ervaren ploeg met een meeroeiend examencommissielid, gedurende een training. Af te leggen in gladde 4(x)+.

Eisen tijdens examen:

  • Zelfde als Sturen A maar dan met een gladde boot.
    Vanwege de grotere bootsnelheid wordt nog wat meer routine en beslistheid gevraagd bij het sturen, uitbrengen en aanleggen.
  • Vragen wat de ploeg wil met de training
  • Logische commando’s geven
  • Blijk geven de boot volkomen in de hand te hebben
  • Goede vaardigheid hebben in manoeuvreren, mbt andere boten, golven, de wal, vissers, dusdanig dat de kans op schade bij trainingen en wedstrijden minimaal is
  • Laten blijken goed op ander vaarverkeer te letten
  • Goed aanleggen zonder vlot te raken.

Sturen Z

Nodig om te mogen roeien op de boegplaats van een boot met voetenstuur,
dat zijn de ongestuurde boordnummers 2- en 4-, en het scullnummer 4x. 
Afvinklijst af te werken; zie de pagina “Roeien / Sturen A,B en 8+ “. 

Toelatingseis: R3 of S3 (dus ook StA en T).

Oefenen voor Sturen Z moet gebeuren onder begeleiding van een coach op de kant.

Sturen Z wordt afgelegd op de boegpositie van een twee-zonder (2-) of een dubbelvier (4x) op de Aa. De kandidaat moet laten zien dat hij/zij goed koers kan houden.

Exameneisen:

  • Roeien op niveau R3
  • Voldoende omkijken tijdens de haal
  • Rechte koers varen op recht of ruim water
  • Koers houden aan eigen wal, een riemlengte van de kant, ook bij hogere snelheden en tijdens het uitvoeren van een oefening
  • Een uitwijk- of inhaalmanoeuvre kunnen uitvoeren
  • Een bruggat kunnen nemen in doorgaande vaart.

Aantekening "St8+"
De aantekening "St8+" heb je nodig voor het sturen in de 8+.

Toelatingseis: Sturen B (dus ook T).

De bevoegdheid is alleen te halen via de STIC (stuurinstructiecommissie), via een aanvraag “Instructie sturen in de 8+” bij Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Zie de link “Roeien / Sturen A,B en 8+”.

Examencommissie

Praktijkexamens worden afgenomen door (ten minste) twee leden van de Examencommissie, dit zijn (dd 1 januari 2025):

Marle Vissenberg (voorzitter)
Leendert Parlevliet
Jan Konijn
Rianne Vlugt (examinator T)
Nicole Egelmeers
Yorick Desmense
Martine Pelser
Karin de Bruin

Contact via e-mail Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., een bericht naar dit adres komt bij de voorzitter(s) terecht.

De Examencommissie is zelfstandig in het organiseren en beoordelen van de proeven. Dat wil zeggen dat het bestuur daarover geen verantwoordelijkheid heeft en geen beroepsinstantie is. Het niet-halen van een roeiproef betekent een instructeur inschakelen, verder oefenen en overdoen!

De ALV benoemt de leden van de Examencommissie op voordracht van het bestuur. De Examencommissie stelt een kandidaat voor aan het bestuur of het bestuur zoekt een kandidaat. Examencommissie en bestuur overleggen over de kandidaat en wanneer ze het eens zijn stelt het bestuur de kandidaat aan de ALV voor.

 

Info voor inschrijven


mark-afroeien

Als jij en je coach vinden dat je er aan toe bent kun je je, individueel of met je ploeg, inschrijven voor het gewenste diploma op een van de geplande examendata: via het menu "Leden / Inschrijven examens”.

Theorie-examens zijn meestal op maandagavonden, in de Hertog Inn.

Roei-examens zijn meestal op de eerste zondag van de maand om 9.30 uur, en in de zomermaanden zijn er extra zondagen of avonden tussenin.

Houd er rekening mee dat je voor de roei-examens zelf je ploeg, een boot en zo nodig de stuurman/vrouw moet regelen. 

Aanwijzingen voor gebruik van de examenplanner.

Om in te schrijven klik je in de examenkalender (menu “Leden / Inschrijven examens”) op een groen blokje met de datum waarop je examen wilt doen. Vink vervolgens de examens aan die je wilt doen en bevestig tenslotte door "Bewaar gegevens" aan te klikken.
Om je examendatum te wijzigen open je de lijst op dezelfde manier en vink je het vakje voor je naam aan. Kies vervolgens een nieuwe datum uit het menu eronder. Bevestig je nieuwe keuze met "Bewaar gegevens".

Als je wijzigt nadat de examenplanning al is gemaakt, dan wel even melden, per mail, aan de examinator die de planning gestuurd heeft.
Om je inschrijving te verwijderen zoek je je inschrijving op en klik je op het blauwe icoontje (prullenbakje) voor je naam.

Gang van zaken rond het examen.

Ongeveer een week van tevoren stuurt de Examencommissie de uitnodigingen per e-mail uit voor het examen, met een globale tijdsindeling. Alle kandidaten sturen een reactie hierop (bevestiging of afzegging), daarna volgt de definitieve indeling.

De examens starten dan bij de brug over de Aa, bij de Citadel.

Nog wat praktische punten:

  • Wanneer er meer aanmeldingen zijn dan de Examencommissie in een keer aan kan, worden kandidaten zoveel mogelijk op volgorde van inschrijfdatum uitgenodigd. De anderen schuiven door naar een volgende datum.
  • Je kunt examens aanvragen voor jezelf, je ploeggenoten en de ploeg die je coacht.
  • Tip: Check of je e-mail adres (en dat van je ploeggenoten) klopt.
  • Coaches krijgen ook de mail met kennisgeving over de indeling.
  • Als je zakt voor een examen is de regel om 3 maanden aan te houden tot de volgende poging; er is vaak toch wat oefening nodig om de tekortkoming te overwinnen. Als de examinatoren verwachten dat het sneller kan zullen ze dat laten weten.




 

Bij De Hertog doen we heel veel zelf, dus ook het opleiden van onze roeiers, coaches en stuurlieden. Klik op onderstaande tabbladen voor meer informatie hierover. We juichen het toe als leden deelnemen aan een opleiding van de Koninklijke Nederlandse Roeibond (KNRB).

Zie voor het opleidingsbeleid en coachbeleid op de pagina Roeien / Coachcommissie en klik door naar de betreffende tabbladen.

BIC-cursus


De Basis Instructie Cursus (ofwel BIC cursus)
instructie poppetjesIn de maanden februari en maart vindt de Basis Instructie Cursus (BIC) plaats. Nadat je deze cursus met goed gevolg hebt afgelegd, mag jij jezelf Basis Instructeur noemen en ben je er klaar voor om de nieuwe leden te begeleiden. Heb je al enige coach-ervaring, ook dan kan het zinvol zijn de BIC (gedeeltelijk) te volgen om je kennis eens even op te frissen.
De 4 bijeenkomsten worden verzorgd door ervaren coaches, waarbij de volgende zaken aan bod komen:

1. Avond: De Ideale Roeihaal, waarnemen, analyseren, corrigeren (onderdeel Stuurtaak)
2. Avond: Feedback geven en ontvangen; instructie op de ergometer (onderdeel Stuurtaak)
3. Avond: Observeren aan de hand van (eigen) videomateriaal (open voor alle leden)
4. Middag: Instructie geven, de eerste roeitraining

De data van de BICursus 2020:
1. maandag 3 februari, aanvang 19.30 uur
2. maandag 2 maart, aanvang 20.00 uur
3. maandag 9 maart, aanvang 19.30 uur = thema-avond Efficiënte Roeitechniek, door Marjolein Rekers (onder voorbehoud)
4. zaterdagmiddag 21 maart, aanvang 12.30 of 13.00 uur

NB: Het theoretisch deel van de stuurtaak bestaat uit 3 bijeenkomsten:
a. Thema-avond: Sturen is meer .... dan aan de touwtjes trekken, maandag 20 januari, 20.00 uur.
b. de eerste avond van de BIC, dus 3 februari, zie hierboven.
c. de tweede avond van de BIC, dus 2 maart, zie hierboven.

Het BICboekje is in 2014 herzien. Lees wat er van je verwacht wordt als instructeur/coach in de introductieperiode. Draag deze kennis ook over op de aspirant-leden.  Download hier het BIC boekje 2014.

Het Lesplan
Het Lesplan Intro in 20 lessen van 0 naar roeien 1 - 2012 en verder is op enkele onderdelen herzien. Belangrijkste wijzigingen zijn het actualiseren van de werkwijze met stuurtakers, het vervroegen van de uitleg / oefening van rondmaken naar les 2/3 en het vervroegen van de uitleg / oefening van het clippen/terugclippen naar Les 6.
Het Lesplan is een zeer bruikbaar hulpmiddel voor de (beginnende) coach om het leren roeien van toekomstige leden structureel aan te pakken. Ook zinvol voor iedereen die meer wil weten over roeien, of die op een meer coachende manier zijn ploeg wil sturen.
Klik hier op de Aanvulling op het Lesplan (versie 2016), belangrijke aandachtspunten voor coaches/stuurtakers die zijn/worden besproken op de indelingsbijeenkomst in februari.

Nog meer informatie
1) Het boekje HANDEN AAN DE BOOT (KNRB BASIS INTRUCTIE BOEKJE) is ook zeer bruikbaar naast het BIC-boekje.
2) Op deze pagina onder het tabblad Meer info
Instructie-handleidingen van andere verenigingen voor instructeurs en beginnende coaches.
3. Op deze pagina Roeien / Coachcommissie / Coachinfo
Praktische informatie voor (beginnende) coaches.

Inloop skiffen zomer


skiff Open Dag Sept 2014 58Ploeggenootjes op vakantie of wilde je sowieso al eens leren skiffen?

In de zomervakantie bieden we 4 à 6x gelegenheid om onder begeleiding van instructeurs te leren skiffen. Aanmelding is verplicht via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. De coördinator zorgt voor de coördinatie en groepsindeling.
Per datum kunnen 14 onervaren deelnemers inschrijven, we werken in 2 groepen van 7. Afhankelijk van het hoeveelheid data en instructeurs trachten we je tenminste twee keer in te delen. Meld je aan voor de data die jou schikken.

Ben je al meer ervaren, kom gerust ook, echter coaching is dan niet gegarandeerd, gezelligheid wel!

We werken volgens de Cybernetische skiff-instructie

  • Onder leiding van ervaren skiff-instructeurs gaan de deelnemers aan de slag. Eerst voor het vlot en als het beter gaat richting Aa.
  • Er wordt gewerkt volgens de Cybernetische Roei-instructie, oftewel 'ervarend leren', waarbij de roeier directe feedback krijgt van de boot.
  • In het Basis Instructie Boekje 'Handen aan de Boot' van de KNRB (DEZE LINK) staan 5 eerste lessen voor skiff-instructie;
  • De LESKAARTEN van de KNRB geven ook informatie voor het leren roeien in de skiff, ga naar de rode kaarten onderaan.

Meer weten over Veilig Boord en oefeningen hiervoor: VEILIG BOORD

Lees ook het KNRB artikel: pdf small Skiff instructie en veiligheid.

 


Omsla-cursus


Omsla - zomer
skiff op je kop

Dit is een vaardigheids training waarbij je leert weer in je skiff te klimmen nadat je bent omgeslagen. Het gaat immers nog wel eens mis. In de zomer wordt meestal een omsla-cursus georganiseerd op de Oosterplas. T.z.t. kun je de informatie hier vinden.

Lees alvast hoe het moet: pdf small  omslaan en weer in de boot klimmen.

Leer sturen



Stuurcursus
Er is een aparte pagina over Sturen. Op deze pagina kan je alles vinden over Stuurles A, Sturen B in opleiding en Instructie sturen in de 8+.

KNRB-opleidingen


Opleidingen bij de KNRB

Het bestuur van RV de Hertog juicht het toe als leden besluiten een opleiding te gaan volgen bij de Koninklijke Nederlandse Roeibond (KNRB). Deelnamekosten worden vergoed!

Je kunt je voor opleidingen inschrijven via de KNRB-website: http://www.knrb.nl/content.php/nl/192.

En natuurlijk is er op de website van de KNRB (Informatie voor Coaches en Instructeurs) goede documentatie te vinden over roeitechniek, coachen, sturen, etc.

In 2012 en 2013 vond een interne cursus Roei-Instructeur 2 (RI-2) plaats op De Hertog met ongeveer 10 deelnemers. In 2014 werd de Hertog-RI-2 verzorgd door Marjolein Rekers. In 2018 willen we weer de gelegenheid bieden tot het volgen van de KNRB coach opleiding RI-2.

meer info



Instructie teksten op internet:

Verder zijn er de volgende interessante teksten over instructie:

pdf small Leskaarten Roeien.
Het jeugdstappenplan 1994 is omgetoverd tot een eigentijdse versie leskaarten.
pdf small Basis Coach Boek ASR Nereus pdf 653 kb
pdf small Basis Instructie Boek RIC
pdf small Basis Instructie Boek Willem III
pdf small Basis instructie URV Viking
Roeitechniek nieuwe leden URV Viking. Aan te raden voor de beginnende coach en onervaren roeier.
pdf small Basis Instructie RV Rijnland
pdf small Basis Instructie Het Spaarne

pdf small Syllabus Coach Cursus A pdf 1,4 Mb
pdf small Syllabus Coach Cursus A (per hoofdstuk)
pdf small Schoolroeien in 5 lessen (2006)

pdf small Roeioefeningen
Roei-oefeningen. Een must voor de beginnende coach en inspiratie voor de meer ervaren coach.


Reacties aan Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.


Binnen elke sport, ook het roeien komen ongelukken voor. In een zeldzaam geval helaas zelfs met dodelijke afloop. De (bijna)ongelukken die gebeuren hebben vaak te maken met het verkeerd inschatten van de situatie, bijvoorbeeld bij de dode hoek of de lange remweg van binnenvaartschippers of de weersomstandigheden.

Met het veiligheidsbeleid heeft RV de Hertog tot doel:

  • Het bevorderen van het veiligheidsbewustzijn bij de leden, en daarmee het voorkomen van letsel en schade;
  • het geven van duidelijke richtlijnen voor het melden van incidenten;
  • het op peil houden van de benodigde veiligheidsmaterialen, in voldoende mate en in goede staat van onderhoud.

Veiligheidsdocumenten

Veilig roeienVeilig roeien
Dit document beschrijft hoe je veilig het water op gaat!
Tal van veiligheidsaspecten komen aan bod. Onder andere een risico-analyse van het roeiwater, wanneer draag je reddingsvesten, de per 1 november 2022 verplichtte zichtbaarheidsrichtlijn, wanneer is er wel en geen roeiverbod, etc.

Veiligheid begint bij jezelf!

Veilig roeien-2022 [PDF, 1.3Mb]

 

Veiligheidscoördinatoren
Voor de roeivereniging zijn Marc Balemans en Ruben Venneker de veiligheidscoördinatoren.

De veiligheidscoördinatoren ondersteunen bij de verdere vormgeving en uitvoering van het veiligheidsbeleid. De taken, op hoofdlijnen, zijn:

  • geeft (on)gevraagd advies aan bestuur en leden;
  • houdt toezicht op voorraad, gebruik en onderhoud van materiaal m.b.t. veiligheid;
  • zorgt voor kennisoverdracht over veiligheid aan leden (bv. tijdens opleidingen, thema-avonden, op het vlot, etc.);
  • spreekt leden aan op onveilig gedrag.

Contactgegevens
Bel 06 29404024  of e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

V-regels


Vanuit de KNRB is er de laatste jaren veel aandacht voor de veiligheid van roeien. Houd jezelf aan de regels die voortvloeien uit het veiligheidsbeleid en spreek de vereniging erop aan wanneer dit niet in orde is:

  1. Alleen mensen die voldoende goed kunnen zwemmen (vgl. zwemdiploma B) mogen in een boot plaatsnemen.
  2. Er geldt een alcoholverbod voor stuurlieden, roeiers en begeleiders.
  3. De boten zijn goed onderhouden en geschikt voor het roeiwater, in het bijzonder waterkering en drijfvermogen.
  4. Voor langere tochten en/of op open water beschikt de vereniging over hoosgerei, pikhaak en lijnen, reserve riemen en bankjes, toeter, reddingsvesten. Neem deze spullen mee! Op de pagina Roeien / toerroeien vindt je hierover meer informatie.
  5. Vaarregels voor de vereniging, zoals bijvoorbeeld het BPR. Op de pagina Roeien / vaarregels vindt je hierover meer informatie.
  6. De vereniging ziet toe op naleving van de regels. Hiervoor is bij De Hertog iedereen verantwoordelijk, en in het bestuur specifiek de commissarissen Materiaal en Roeien.
  7. Bij instructie wordt aandacht besteed aan:
    • commando’s (zie Handleiding Commando's op Materiaal / omgaan met materiaal)
    • omslaan (zie Coachen/Opleiden / BIC/Opleidingen / tabblad Omsla-cursus)
    • sturen en roeien op het water in de omgeving (zie Roeien / Roeiwater)
    • het Binnenvaartpolitiereglement (BPR, zie Roeien / Vaarregels)
    • eigen regels met betrekking tot het vaarwater van De Hertog (zie Roeien / roeiwater en Roeien / Roeiverboden)
    • reddingsmaterialen (zie hieronder tabblad Reddings- & zwemvesten) of Materiaal
    • voorkomen van aanvaringen.
  8. Indien C1/skiff instructie gegeven wordt (bijv bij inloopskiffen), dient reddingsmateriaal, zoals klossen met touw, klaar te liggen. Gezien locatie van instructie en ondiepte en de verwachte termperaturen is een reddingsbootje niet verplicht.
Boegbal en hielstrings
In de KNRB reglementen staat verder dat er altijd een boegbal stevig op de boot moet zitten en dat je zonder je handen te gebruiken je voeten uit het voetenboord moet kunnen krijgen. Boten met schoenen of flexfoots zijn om deze reden voorzien van zgn. 'hielstrings'. Deze hielstrings mogen niet langer dan 7 cm zijn.
Indien de schoenen zijn voorzien van een klittenbanden moeten deze onderling verbonden zijn zodat deze met een trekbeweging van de hand allemaal loskomen (single hand release).
 
Nadrukkelijk wordt erop gewezen dat een hielstring van minder dan 7 cm niet automatisch betekent dat deze veilig is. De kern van het veiligheidsregel blijft dat de roeier onmiddelijk los moet komen zonder zijn handen te gebruiken. De regels voor boegbal en hielstring gelden altijd. Tijdens wedstrijden, maar óók op ons eigen roeiwater tijdens trainingen!
 
 
Let op het scheepvaartverkeer
In Den Bosch is proffesionele scheepvaart. In het bijzonder moet je opletten voor schepen uit de Zuid-Willemsvaart of vanaf Sluis Engelen (Maas). In de zomer komt de pleziervaart daarbij. Verder is er sterke stroming mogelijk vlak bij de stuwtjes bij de Vughterweg, het voormalige fort Crêvecoeur en na veel regen op de Aa. Zie verder bij Roeien / roeiwater.




Beleid & info


Met het veiligheidsbeleid heeft RV de Hertog tot doel:

- Het bevorderen van het veiligheidsbewustzijn bij de leden, en daarmee het voorkomen van letsel en schade;
- het geven van duidelijke richtlijnen voor het melden van incidenten;
- het op peil houden van de benodigde veiligheidsmaterialen, in voldoende mate en in goede staat van onderhoud.

Aandachtspunten voor opleiders, stuurlieden en coaches:
- verplaats je in de (onervaren) roeier, voor hem is niets vanzelfsprekend
- let op voor roeiers in nieuwe situaties (eerste maal naar Ertveldplas, etc...)
- let op voor roeier in nieuw materiaal (voor de eerste maal in glad, etc...)
- stamp procedures erin (boot uit de loods tillen, in het water leggen, etc...)

Aandachtspunten voor roeiers:
- spreek anderen aan op ongewenst gedrag
- denk daarbij aan: c'est le ton, qui fait la musique
- help een handje waar nodig, ipv wachten tot je gevraagd wordt
- meer veiligheid = minder letsel en schade = meer roeiplezier

Theorie-examen doen
Ons veiligheids-bewustzijn kan nog wel een ‘boost’ gebruiken, dit kan veel schade aan boten en letsel bij leden voorkomen. Eén van de middelen om dit te bereiken is het Theorie-examen, dat sinds begin 2008 verplicht is, op moment dat je een roei-examen doet.
Op het T-examen word je kennis getoetst op het gebied van veiligheid ten aanzien van het gebruik van ons roeiwater, het gebruik van ons materiaal en de persoonlijke veiligheid van roeiers en stuur. Zie verder bij Roeien / Roei-examens doen / Voorbereiding Theorie.

Incident melden?
Ga naar deze pagina om een incident te melden. Is er ook schade bij het incident, meld dit via het Online - Materiaal melding cq schadeformulier.

Belangrijke documenten en informatie
Presentatie over veilig dragen en gebruik van reddingsvesten
pdf small PP Presentatie Veiligheid (Piet Vendel, 9 april 2009)
pdf small Overzicht van noodnummers
pdf smallKNRB artikel Skiff instructie en veiligheid
Overzichtskaart met daarop de namen van de straten die zich rond ons roeiwater bevinden
Reanimatie en wat te doen bij onderkoeling
Lijst van leden met de verenigingstaak EHBO-er (klik op Materiaal / EHBO / leden commissie)

Op de website van de KNRB is veel over veiligheid te vinden, ga naar de pagina Veiligheid & Aansprakelijkheid.

Roei TV
Sinds kort is er zelfs een speciale You Tube Roei website met roeivideo's.
Klik met name naar VEILIGHEID.

Informatie van Rijkswaterstaat (RWS)
RWS heeft veel interessante informatie op www.rws.nl/water/plannen_en_projecten/spiegelnet/
Begrijp de verkeersborden op het water : Verkeersborden op het water
Informatieve folder: 10 gouden tips voor roeiers --> Vooral voor toerroeiers
Informatieve folder: Wat te doen in een sluis? --> Veilig schutten volgens RWS
Rijkswaterstaat heeft diverse zeer instructieve films op het internet staan.
Bijvoorbeeld de film op deze pagina van RWS over de dode hoek van een vrachtschip.


Incident melden


De KNRB heeft het initiatief genomen om landelijk veiligheidsincidenten te inventariseren. Roeivereniging De Hertog houdt een eigen inventarisatie bij en zorgt er zo nodig voor dat incidenten aan de KNRB worden doorgegeven.

Graag de volgende incidenten melden:

  • Aanvaringen met vaste objecten of schepen, ongeacht de oorzaak; Een aanvaring is onbedoeld contact van rigger of romp met het andere object, of klem komen te zitten met een riem. Aantikken met blad of schacht is geen aanvaring.
  • Bijna aanvaringen met beroepsvaart (d.w.z. bijzondere manoeuvre nodig om aanvaring te vermijden);
  • Omslaan en andere incidenten waarbij iemand onbedoeld in het water terecht komt;
  • Vollopen van de boot;
  • Defecten aan de boot die de manoeuvreerbaarheid van de boot beperken (bv. roer verloren of onklaar).


Het is belangrijk dat incidenten gemeld worden, ook als niet alle details bekend zijn. Dus eerst melden en voor zover nodig en mogelijk ontbrekende details later aanvullen. 
Is je ploeg/boot in de knel geraakt door een binnenvaartschip, geef de naam dan door. Meestal is het mogelijk de schipper te traceren via internet. Wij kunnen deze dan aanspreken op zijn gedrag of hem informeren over onze situatie.

Hoe kan je incidenten melden?
Via deze link kom je bij het meldformulier incidenten dat wordt verstuurd aan de coordinator veiligheid.
Is er ook schade bij het incident, dan het schadeformulier invullen en melding maken bij de commissaris Materiaal via deze pagina: Materiaal / wat te doen bij schade.

Leer van incidenten!

Leer van onderstaande incidenten en volg de aanbevelingen op. Dan verklein je de kans op een ongeluk.

Incident 8


Zeer ernstig ongeluk: aanvaring met binnenvaartschip 25 februari 2017

redoute aanvaringLees hier het onderzoeksrapport dat naar aanleiding van dit incident is opgesteld.

Incident 7


Ernstig ongeluk: aanvaring met duwbak 7 mei 2013

Op deze 3e midweek-husselroei-ochtend heeft een ernstig ongeluk plaatsgevonden waarbij een roeiploeg in aanvaring is gekomen met een duwbak. De roeiers en stuur zijn er wonderwel zonder kleerscheuren vanaf gekomen, maar het besef dat dit ongeluk ook een fatale afloop had kunnen hebben voor één of meer van de betrokkenen, heeft een grote impact. Wij moeten beseffen dat roeien op hetzelfde water waar scheepvaart gebruik van maakt grote risico’s kan inhouden. Wij vragen dus alle leden goede nota nemen van de aanbevelingen voortkomend uit dit incident èn het verslag geheel te lezen om te begrijpen waarom het opvolgen van de aanbevelingen van groot belang is.

AANBEVELINGEN

1.    Niet roeiend de Diezebrug passeren, maar laten lopen en houden op / rondmaken aan stuurboord, zodat direct aan stuurboordwal doorgevaren kan worden.

2.    Altijd stuurboord wal varen, ook al is er geen ander verkeer.

3.    Komt er een schip onder de spoorbrug door (of oplopend vanuit de stad), wacht dan af nabij de Diezebrug wat deze gaat doen en voorkom dat je elkaar zal moeten passeren ter hoogte van de Gamma. De kans is groot dat het schip in de bocht zal uitwijken richting Gamma. Dit geldt ook voor het oversteken bij retour van Crèvecoeur. Komen er schepen vanuit de stad, ga dan niet voorlangs maar wacht af tot ze voorbij zijn, ze varen harder dan je denkt.

4.    Bij twijfel wat een schip gaat doen, altijd laten lopen en/of houden en/of strijken of zorgen dat je weg komt. Een groter schip kan nu eenmaal niet zomaar ‘remmen’ of uitwijken, wij wel. Een stuur moet dus altijd ver vooruit kijken (en soms ook achteruit) en de situatie op tijd inschatten.

5.    In een situatie waar snelle koersverandering vereist is, is het altijd beter om te houden aan het boord waar je naar toe wil, in plaats van harder te halen aan het boord waarvan je weg wilt. Bij houden draait de boot direct om zijn as en kan sneller de juiste koers vervolgd worden. Dit vergt een duidelijke commandovoering door de stuur en een adequate uitvoering door de roeiers.

6.    Ga je sturen bij een gelegenheidscombinatie of ploeg die je niet kent, oefen dan bij vertrek direct het rondmaken in de bochten (zowel onder Diezebrug door als rondom Citadel indien Aa) en neem dus nooit roeiend de bocht. Door telkens rond te maken leren stuur en roeiers beter te reageren op de (uitvoering van) commando’s en dat helpt in situaties waar ineens de nood aan de man is.

7.    De ene ploeg is de andere niet, stuur niet op routine, maar speel in op de (on)vaardigheden van de ploeg.

8.    Oefen zo nu en dan eens met je ploeg de Noodstop.

9.    Let erop dat hielstrings bevestigd zijn (deze houden de schoen/flexvoet tegen waardoor je voet eruit moet kunnen glijden na omslaan), dat je je schoentjes (indien aanwezig) of bandjes niet te strak vastmaakt en laat de veters (indien schoenen) vastgeknoopt zitten in het handvatje. Deze is ervoor om met één hand de klittenbanden te kunnen lostrekken.

10.    Roei/stuur nooit in materiaal waarvoor je het diploma of de dispensatie niet hebt. Twijfel je over je eigen stuurvaardigheden, ga dan niet sturen maar oefenen onder begeleiding.

11.    De coachboot is geen reddingsboot. Er kan niet op gerekend worden dat er altijd mensen zijn om daarmee te varen. Een waterdicht verpakte telefoon (met drijfvermogen) meenemen geeft je de kans om hulp te vragen in geval van calamiteiten.

Verslag aanvaring van de Esplanade met duwbak op de Dieze ter hoogte van Koudijs/Wouda op 7 mei 2013 omstreeks 10.30 uur.

Betrokkenen: Dorien van Beek (stv), Stef Toenbreker (slag), Ton van Gelder, Nico Wesselingh, Loes van Uden (boeg).

NICO: Na rondgemaakt te hebben voeren we richting Ertveldplas. Bij de Diezebrug werd bevel gegeven “bakboord sterk” (LOES: dit commando heb ik niet gehoord) zodat de boot zonder onderbreking de Dieze op voer. Er kwam geen boot vanuit de Zuid-Willemsvaart of uit de haven. We voeren naar mijn idee min of meer op het midden van de Dieze (en hier ligt m.i. de oorsprong van de gebeurtenissen). Het  complex van veevoederfabriek De Heus (ook bekend onder de namen Koudijs of Wouda) telt 2 aanlegsteigers voor vrachtschepen. De eerste aanlegsteiger, gezien vanuit de roeivereniging, was leeg. Bij de tweede steiger, die het dichtst  bij de spoorbrug ligt, lag wel een schip, kennelijk ongeladen want het lag hoog op het water. Ik beschrijf dit achteraf, tijdens het roeien heb ik geen moment achterom gekeken en wist ik dus niet dat er een schip lag noch dat er een schip aankwam.

DORIEN: Een duwbak die onder de spoorbrug doorvoer, moest opsteken naar BB teneinde een aan de kade liggend lossend schip te ontwijken. Dit lossend schip steekt tenminste 10 m de Dieze in. Een ruime bocht makend voor het passeren van bovengenoemd schip, alsmede de invloed van het schroefwater op de zijwaartse stabiliteit (opzij gezet worden, duwbak was leeg) heeft mede geleid tot dit incident. De duwbak kwam tot ca. 10 m uit de kant aan de Gamma-zijde.
Dorien geeft aan dat het bakboord sterk onder de Diezebrug doorgaan teveel ruimte vraagt en dus had zij bij de Diezebrug moeten rondmaken, waardoor beter stuurboord gevaren kan worden. Daarbij is ze van mening dat ze nooit had moeten opvaren, maar al bij de Diezebrug had moeten wachten toen zij de duwbak door de spoorbrug zag komen.

NICO: Nadat we dus onder de Diezebrug uitkwamen roeiden we richting Ertveldplas en na enkele tientallen meters gaf de stuur het bevel  “bakboord sterk”. Dit bevel werd 3 à 4 maal, steeds nadrukkelijker en een keer met een krachtterm herhaald. Wat volgde was de klap. Ik kijk opzij en terwijl de Esplanade kapseist, zie ik aan bakboordkant en binnen handbereik een metalen wand aan me voorbij varen, naar later blijkt een lege duwbak met een duwboot.
LOES: Mijn eerste gedachte was: “niet eronder, niet eronder” en ik duwde met mijn hand zeker 2 maal tegen die zwarte wand.

NICO: Het was een angstige en bedreigende situatie. We zijn schuin tegen de (bakboord) voorzijde van de duwbak gevaren, want de rigger van de boeg aan bakboordzijde was geheel afgebroken en de bakboordriemen van de twee boegen waren gebroken.
Het heeft heel weinig gescheeld of de Esplanade was door de duwbak óvervaren, de gevolgen zouden verschrikkelijk zijn geweest. Wat me van alles het meest is bijgebleven is die metalen wand die aan ons voorbij trok, terwijl we probeerden uit de omgeslagen Esplanade te komen. En toen een gevoel van opluchting toen het gevaarte voorbij was en het besef doordrong dat we aan een verschrikkelijke ramp waren ontkomen.

LOES: Het volgende moment besefte ik dat we omgeslagen waren, wat ik niet erg vond omdat ik nog leefde, maar toen ik niet uit mijn linkerschoen kwam, kwam de angst om te verdrinken. Ik wist dat ik met mijn hand naar m’n schoen moest, dat lukte eerst niet, daarna wel en ik kon met behulp van m’n hand mijn voet eruit drukken. Ik zag boven me licht en gaf een ruk met m’n benen en was boven water. Ik zag de spoorbrug en wist dat ik gered was.
ZIE OOK aanvulling van Loes, onderaan.

NICO: Iedereen had het overleefd maar achteraf bleek dat de boeg zeer angstige momenten heeft gekend, omdat ze aanvankelijk niet los kwam uit haar schoen/voetenbord.
Toen bleek dat de aanvaring gebeurd was ter hoogte van de tweede aanlegsteiger van De Heus, waar een leeg vrachtschip lag en waarvan de schipper het ongeluk heeft zien gebeuren.

DORIEN: Edward van Os heeft alarmgeslagen op de vereniging, waarop e.e.a. in actie werd gezet. De bemanning had inmiddels de boot en zichzelf reeds in veiligheid gebracht en was op de kant. Dat Lex Schregardus uitstekend werk heeft verricht <door met de coachboot roeiers en materiaal op te halen> staat buiten kijf, waarvoor dank. Maar de bemanning heeft het in principe zelf goed gedaan en zijn inzet was zuiver transport van bemanning en boot.

NICO: Nu is de vraag: hoe heeft dit kunnen gebeuren?
1)    De belangrijkste factor is m.i. dat de Esplanade na de Diezebrug onvoldoende stuurboordwal heeft gehouden.
2)    Gepoogd is de naderende duwbak te ontwijken door “bakboord sterk” te geven. Maar misschien was het in deze situatie beter geweest stuurboord te laten houden en direct daarna met volle kracht te roeien. Een dergelijke manoeuvre vereist een kundige, koelbloedige en doortastende stuur en een gedisciplineerd en geoefend stel roeiers.
3)    Ook moeten we ons realiseren dat de Dieze voor de beroepsvaart een moeilijk stuk vaarwater is (spoorbrug, lossende of ladende schepen bij De Heus, Diezebrug, in- en uitvarende boten/bootjes bij de Dommel, de stadshaven en de Zuid-Willemsvaart). De meesten van ons zullen wel eens hebben gezien dat vrachtboten op dit gedeelte van de Dieze soms enorm moeten bijsturen en dus manoeuvreerruimte nodig hebben. Met dit alles moeten wij heel goed rekening houden.
Nico Wesselingh  08.05.2013

In de beleving van de roeiers lag de boot na het onderdoorvaren van de Diezebrug te ver op het midden van het water. De stuurvrouw geeft aan dat zij het bruggat over de helft is doorgevaren met tenminste 5m afstand van de dukdalven en daarmee niet in het midden van de Dieze is uitgekomen.
Hoewel we niet meer kunnen vaststellen wie hierin gelijk heeft, ondersteunt de hieronder beschreven ervaring van John Barendregt de visie van de stuurvrouw.
Aanvulling JOHN (17/5): Gisteravond heb ik mijn ploeg Animo gestuurd en op de terugweg, komend vanaf Crèvecoeur, heb ik achter vermoedelijk dezelfde duwbakcombinatie gevaren als waarmee vorige week de aanvaring plaatsvond. Ik voer alleen de duwbak niet tegemoet, maar er achteraan.
Ook gisteren lag op dezelfde plek bij Koudijs een ander schip te laden. De duwbak moest er dus omheen varen, precies dezelfde procedure als vorige week. Hij deed dat erg langzaam, ik heb er vlak achter gevaren (en stil gelegen) en in alle rust de zaak kunnen observeren.
Welnu, het was opmerkelijk hoe ver de duwbak naar bakboord (de Gamma-kant) moest uitwijken om de bocht te kunnen nemen. Ik schat dat er zo'n 10 meter lag tussen de boot en de wal. Als daar een roeiploeg had gelegen, zou die het ook wel benauwd hebben gehad, denk ik. Kortom, ik vind het verhaal van Dorien dat ze niet al te ver naar het midden heeft gevaren wel geloofwaardig.
Dit zou betekenen dat het aanhouden van stuurboordwal in geval van een ‘uit de bocht vliegende combinatie’ niet toereikend is. Behalve bij de Gamma kan deze situatie ook gelden in de laatste bocht voor de A59 (vanuit de stad gezien) voor roeiboten die terugvaren vanaf Crèvecoeur. In zo’n geval moet tijdig gehouden / gestopt worden en moet de ploeg eventueel terugstrijken.

Aanvulling LOES: Ik had nog nooit met vaste schoenen geroeid. Toen ik met instappen in de linker schoen stapte, kon ik de klittenbandjes niet vastmaken. Ik heb het knoopje met de veters op de schoen losgemaakt, zodat ik de klittenbandjes vast kon maken. Ik heb de linkerschoen waarschijnlijk te strak vastgemaakt. Van hielstrings heb ik wel ooit gehoord, maar ik wist niet dat die ook in deze boot zaten. Ik denk dan aan boten met alleen maar vaste schoenen, (waar ik nooit in vaar).
Verder ben ik met het verhaal van Nico (zover ik me kan herinneren) eens.

Reactie op aanvulling Loes:
Bij sommige schoenen lopen de klittenbanden door in veters, die van beide schoenen aan elkaar geknoopt zijn met een ‘handvatje’ eromheen. Dit is bedoeld om met één hand alle klittenbanden tegelijk te kunnen openen. De veters ‘klitten’ soms aan het klittenband (dan even losmaken), maar zitten ruim genoeg om de schoen te kunnen sluiten met de klittenbanden. De veters dienen dus altijd aan elkaar geknoopt te blijven zitten.
De verplichting tot hielstrings (veter die de hak/hiel van de schoen naar beneden trekt) is al enige tijd geleden ingevoerd door de KNRB in het Reglement voor Roeiwedstrijden (RvR), maar ook van toepassing op trainingsboten.De kern van de veiligheidsregel blijft dat de roeier onmiddellijk los moet komen zonder zijn handen te gebruiken. Nadrukkelijk wordt erop gewezen dat een hielstring van minder dan 7 cm niet automatisch betekent dat deze veilig is. Wellicht ten overvloede: verenigingen worden erop gewezen dat boten niet alleen tijdens wedstrijden, maar ook tijdens trainingen aan deze veiligheidseis moeten voldoen.

Tekst RvR: De boten dienen uitgerust te zijn met een voetenbord of schoenen van een zodanige constructie, dat de roeiers onmiddellijk los kunnen komen van de boot zonder hun handen te gebruiken. Indien hielstrings of een soortgelijke constructie gebruikt wordt, dan mag de hak niet meer dan 7 cm omhoogkomen.

Roeiers op Twentekanaal overvaren door vrachtschip, 8 nov 2005

Twee roeiers van de Drienerlose roeivereniging Euros zijn vanmorgen op het Twentekanaal in Enschede overvaren door een vrachtschip. De roeiers konden allebei op tijd wegkomen en kwamen met de schrik vrij. De twee-zonder stuurman was aan het 'sparren' met een andere roeiboot en voer midden op het kanaal. De roeiers uit Enschede zagen de boot door de laaghangende zon pas op het allerlaatste moment aankomen. Door het hoge riet was het binnenvaartschip ook niet op tijd door de meefietsende coaches gezien. Eén van de roeiers sprong uit de boot, de ander zat klem met zijn voet. Na de aanvaring lukte het hem zich onder water los te maken en dook hij zo ver mogelijk naar beneden tot het vrachtschip voorbij was. Dat melde RTV Oost. De boot kwam in de schroef terecht en werd onherstelbaar beschadigd. "Natuurlijk is iedereen geschrokken maar we zijn blij dat de roeiers ongedeerd zijn", schreef Verheijen, de secretaris van DRV Euros in een e-mail.

"De reden waarom de roeier vast zat met zijn voet kwam niet omdat de hielstrings niet goed waren afgesteld", laat DRV Euros in een reactie weten. "De hielstrings zijn vantevoren nog gecontroleerd. De schoenen van de boeg waren een stuk groter waardoor deze minder goed aansloten om zijn voeten en hij er gemakkelijker uit kon komen. Hij was daardoor al vlug uit de boot en hierdoor viel de boot op zijn zijkant toen het schip er overheen voer. De slag was toen bezig zijn laatste voet los te maken. Onder water kon hij zijn voet door de hielstrings juist gemakkelijk loskrijgen".


Incident 6


Omslaan met een C4x+

HAARLEM - April 2012 De hulpdiensten zijn woensdagmiddag massaal uitgerukt voor een omgeslagen roeiboot. Omstreeks tien voor vier kwam de melding dat de boot ter hoogte van het Wilsonsplein met een aantal mensen aan boord was omgeslagen. Brandweer, ambulance en politie werden opgeroepen om assistentie te verlenen. De toegesnelde politie heeft de inzittenden aan de kant getrokken en in een politiebusje gezet om bij te komen. De brandweer heeft de roeiboot uiteindelijk weer omgekeerd en het water eruit geschept. De inzittenden van de roeiboot zijn niet gewond geraakt en door de politie weggebracht.
Bron: http://www.haarlemsdagblad.nl/regionaal/haarlemeo/article15195273.ece/Roeiboot-slaat-om-bij-Wilsonplein-Haarlem:-roeiers-te-water " target="_blank">Haarlemsdagblad


Een nat pak tijdens de Bollentocht van 18 april 2012
Elk jaar wordt een aantal toertochten georganiseerd waar leden van de Hertog aan deelnemen. De Bollentocht is er één van. Een tocht die begint en eindigt in het mooie Heemstede aan het Spaarne en de roeiers voert langs bollenvelden met tulpen en geurende hyacinten in volle bloei.

Hierna lees je het ooggetuige verslag van een aantal inzittenden van de omgeslagen boot.
Dan volgen de lessen die we uit dit ongeval kunnen trekken.

Een verslag van de bemanning:
Tegen het einde van de Bollentocht moet de Raambrug over de Raamsingel worden gepasseerd. Het roer van de boot is eerder defect geraakt. Deze brug bleek een te smal bruggat te hebben om te kunnen roeien. Er moet voldoende snelheid worden gemaakt om slippend de brug te kunnen 'nemen'. Er zit bovendien een bocht onder de brug waardoor je het bruggat uitsluitend onder één bepaalde hoek kunt overzien.
Besloten wordt om het roer te gaan repareren aan de wal voor de brug wordt gepasseerd.
Er is daar een kano-steigertje waar gebruik van kan worden gemaakt. Ook zou dan van stuur worden gewisseld. Aan de steiger bleek het roer niet te repareren. Het hing half uit de bevestiging die tijdens de poging bovendien helemaal afbrak.
In overleg werd besloten zonder roer met de nieuwe stuur de tocht voort te zetten. Vanaf het steigertje naar de brug was een korte afstand, waarschijnlijk onvoldoende om goed op koers en met voldoende snelheid onder de brug door te kunnen varen. Daardoor en door de zijwind belandde de boot aan lager wal, met de riemen langszij (geslipt) aan de walkant. Op het moment dat de stuur de pikhaak wilde hanteren kantelde de boot en lag de bemanning in het water. “Ik zat op slag en heb niet kunnen zien wat er achter mij gebeurde. Zelf ben ik snel met mijn bovenlijf op de boot gaan hangen en heb toen vanuit die positie kunnen zien dat iedereen op de een of andere manier aan de boot hing. Hulproepend en watertrappend zijn we onder de brug vandaan gedreven. De stuur heeft zich nog met één hand aan een andere roeiboot vastgeklampt, maar er was teveel geroep om samen tot een gerichte reddingsactie te komen. Inmiddels bleek 112 gebeld en verschenen "hulptroepen" op de wal. Onze stuur, die zich met het hele lichaam in het koude water bevond en aangaf het niet meer te kunnen houden werd door de politie, die overigens gereed stond om als dat nodig was in het water te springen, moed ingesproken”.

Het relaas van de stuur:
“Ik was de stuur en ik ben niet met mijn bovenlijf op de boot gaan hangen, maar ik heb geprobeerd met de boot te zwemmen. Dat lukte dus voor geen meter omdat kennelijk iedereen op de boot hing. Niet bij machte logisch te reageren blijf ik zwemmen met de boot. De toegesnelde andere boot, was geen optie. Ik dacht nog; niet aan gaan hangen, dan gaat die om. Dat je daarna zo snel verstijft van de kou en ook het gevoel krijgt niets meer te (willen) doen is heel beangstigend. Je wordt in een mum van tijd heel apathisch. Ik had ook geen kracht op de kant te klimmen en kennelijk had ik een vreemde kleur op mijn
gezicht, Ik werd in de ambulance vervoerd. De hele avond heb ik last gehad van extreme kou op vooral mijn onderlichaam. Pas na enkele uren werd de temperatuur weer dragelijk.”

Geen persoonlijk letsel:
Met boot en al is de bemanning aan de kant gekomen waar gelukkig een trapje was om uit het water te klimmen. Daar zijn zij in dekens en folie gehuld, eerst onder een luifel -het was op dat moment hevig gaan regenen- en later in een politiebusje. “Mijn benen die al die tijd in het koude water hadden gelegen voelden heel merkwaardig aan” herinnert zich één van de roeiers. Al snel daarna zijn ze door de politie naar de roeivereniging gebracht. Daar snel onder een warme douche. Ambulance- en politiepersoneel heeft tot slot de gegevens van de bemanning genoteerd en gevraagd of ze geen gevolgen hadden te melden. En toen de boot terugkwam bleken ook bijna al hun spulletjes "gered" te zijn.


Wat hebben wij hiervan geleerd?
1. Het roer van de boot raakte tijdens de tocht onklaar.
Controle van de boot, die je leent, kan helpen om dit soort drama's te kunnen voorkomen.
2. In onderling overleg werd besloten zonder roer door te varen.
Als je als stuur er aan twijfelt of je de boot voldoende veilig mbv de roeiers kunt sturen (bv omdat het heel hard waait, er een sterke stroming staat of de roeiers onvoldoende conditie en/of ervaring hebben) kunt je beter aanleggen en om hulp vragen aan de organiserende vereniging.
3. De boot lag tegen de wal in het bruggat. Alle roeiers pakten zonder daar opdracht voor te hebben gekregen tegelijk de zijkant van het bruggat vast met de riemen aan die kant evenwijdig aan de boot in het water (geslipt)
Als een boot omgaat is dat vaak aan het vlot of aan een steiger. Het wordt veroorzaakt door dat b.v. alle roeiers tegelijk de dollen aan zeezijde dichtdraaien terwijl de stuur op het vlot de boot niet vasthoudt. Of de wal vastpakken terwijl de riemen aan de walkant evenwijdig aan de wal in het water liggen (geslipt). Wacht de commando's van de stuur af!
4. De stuur:
“Ik was de stuur en ik ben niet met mijn bovenlijf op de boot gaan hangen, maar ik heb geprobeerd met de boot te zwemmen. Dat lukte dus voor geen meter omdat , kennelijk iedereen op de boot hing” “Dat je daarna zo snel verstijft van de kou en ook het gevoel krijgt niets meer te (willen) doen is heel beangstigend. Je wordt in een mum van tijd heel apathisch”.
Éérst jij, en dán de boot! De boot is vervangbaar, jij niet.

Een video verslag van het gebeuren kan je hier vinden....


Incident 5


Coachboot op hol
  (nov 2011)

Zaterdag 12 november ging het videoroeien niet door omdat bij het starten van de coachboot deze onverwacht hard vooruit voer waarbij Janneke te water raakte, de boot nog korte tijd rondtolde, zichzelf volledig vol water schepte (net niet omging), en gelukkig geen mensen en boten raakte voor hij afsloeg.

Lees verder hoe J.Z-R en Collin (Hoogeveen) hun ervaring delen. Genoemde verbeterpunten zijn besproken en worden waar mogelijk geïmplementeerd.

J.
 
Afgelopen 2 jaar regelmatig met het coachbootje op stap geweest om Lang fanatiek te coachen. Meestal zonder problemen, maar de laatste keren dat ik er gebruik van gemaakt had niet altijd positieve ervaringen. Dit komt doordat ik zelf weinig motorkennis heb! Wat ik geleerd heb bij de uitleg kan ik uitvoeren maar als het anders loopt word ik onzeker. Afgelopen zaterdag dus weer op stap met het coachbootje, eigenlijk al weinig vertrouwen in het ding. Omdat het vorige keer niet soepel liep deze keer alle stappen rustig doorgelopen. Hier zelfs een keertje extra bij stil gestaan. De eerste keer ging het starten mis. Bleek dat de ontluchtingsknop van de benzinetank vervangen was en weer werkte. Dus ontluchting open gedraaid en opnieuw geprobeerd. Voor het starten heb ik gecontroleerd of de motor wel in zijn vrij stond, omdat ik dat geleerd heb en omdat ik niet direct vooruit wilde varen na het starten. Dus hendel naar boven en naar beneden gehaald en terug gezet in het midden (vrij). Dit ging naar mijn gevoel wel makkelijker dan ik gewend was. Opnieuw gestart. Ik zat in het bootje en Collin stond op de kant mee te kijken. Omdat de motor vorige keer direct na het starten uitsloeg hadden we het gas een beetje open gedraaid (toen verteld door mensen op de kant). De motor sloeg ook nu een keer of 2 snel uit na het starten, en ik merkte dat de boot dan al een stukje vooruit ging. Toen had ik al moeten stoppen. Volgens mij tussendoor nog een keer gecontroleerd of de motor wel in zijn vrij stond (maar dat durf ik niet met 100% zekerheid te zeggen). Nog een keer starten en dat lukte. Maar de boot vloog ook direct als een gek naar voren. Het enige dat ik op dat moment kon bedenken was om de boot van de kant te sturen, onder controle te krijgen en rustig verder te gaan. Doordat ik er alleen in zat ging de boot al direct met zijn neus de lucht in en ik stuurde de verkeerde kant op. Dus toch de kant in, en de kant op waar ik zat. Waarschijnlijk ook door de draai gas bijgegeven, maar ook hier een groot vraagteken van mijn kant. De draai en mijn gewicht achter in de boot maakte dat hij direct water maakte. Hierdoor kantelde hij nog sneller en viel ik in het water. Collin sprong het water in om de boot te stoppen. De boot bleef nog 2 rondjes draaien en toen sloeg de motor af. Ik had een zwemvest aan, wat niet af ging. De reden hiervoor is zeer waarschijnlijk dat ik niet lang genoeg met het vest in het water heb gelegen om het smelttablet te doen smelten. Ik kon namelijk direct staan.

Wat ging er fout:

1. Ik had het draadje van de dodemansknop afgedaan, na de eerste keer starten. De reden hiervoor was dat ik het idee had dat ik de dodemansknop in werking zou stellen, door de startbeweging. Dom.
2. De motor stond blijkbaar toch in zijn vooruit. Ik heb geen idee waar dit fout gegaan is, want volgens mij stond ie in zijn vrij.
3. Er werd gas bijgegeven direct na het starten, door Collin op het vlot, om ervoor te zorgen dat de motor niet uit zou slaan.
4. Ik zat alleen in de boot, zonder tegengewicht. Dit zou Collin zijn geweest maar hij stond nog op de kant mee te kijken.

Wat kunnen we hiervan leren:

1. Zorg dat je vertrouwen hebt in de motor, en dat je weet hoe die werkt, wat er fout kan gaan en hoe je dat op kunt lossen.
2. Zorg dat je altijd het touwtje van de dodemansknop om je pols hebt.
3. Ga niet met zijn tweeën tegelijkertijd aan de motor zitten.
4. Laat iedereen die het wel leuk vind om met het coachbootje te varen zijn vaarbewijs halen, zodat mensen die er minder blij van worden ook nee durven te zeggen!

Collin:
In grote lijnen heb ik deze actie hetzelfde beleefd. Een paar dingen kan ik nog toevoegen. Het feit dat de boot niet in de stand ‘neutraal’ stond maar in ‘vooruit’ is op de motor vrij lastig te zien. Je moet er heel precies voor kijken. Nadat de eerste poging (de boot kwam in beweging, stond dus in de ‘vooruit’) dacht ik dat we hem weer in z’n vrij hadden gezet. Dit was blijkbaar niet het geval. En in de stand ‘vooruit’ zorgt blijkbaar een kleine beweging van de gashendel voor flink veel power uit de motor. Dit was de vorige keer nog niet zo dacht ik, wellicht is de afstelling gewijzigd? Het dodemanskoord zat aanvankelijk wel om Jannekes pols bij de eerste keer starten, maar toen de motor weer afsloeg, Janneke ging verzitten en deed ze het koord daarbij af geloof ik. Maar wat er in mijn beleving vooral fout ging is dat we niet rustig de tijd namen om de stappen eerst langs te lopen, we gingen te gehaast te werk. En doordat we beide weinig routine hebben in het varen met de coachboot is het nalopen van deze stappen wel eerst nodig. We waren vooral ermee bezig te zorgen dat we bij het starten de motor niet zouden verzuipen zoals de vorige keer gebeurde. Wellicht helpt het als er bij de opbergplek van boot en van motor, en ook in de boot een geplastificeerd A4 wordt aangebracht met de belangrijkste stappen en aanwijzingen. We hadden verder geen contragewicht voorin de boot gelegd. Hierdoor hief de steven van de boot direct flink toen de motor een dot gas gaf. Janneke raakte in onbalans. Om te zorgen dat hij niet weer zou afslaan gaf ik vanaf de kant wat gas bij en toen kwam ineens de boot in beweging. Niet met twee personen de handelingen verrichten. Een persoon is in charge, de ander komt nergens aan. Een zwemvest droegen we beide, die van mij functioneerde wel al kun je je afvragen waarom ik in het water sprong, ik kon weinig doen (reflex).


Incident 4


Het was zo'n mooie dag...

Jan en ik roeien naar Crevecoeur om een paar stukjes van een kilometer hard te varen. Bij het huisje maken we rond en gaan we de eerste kilometer starten. Snelheid is goed, tempo is goed. We hadden de acht en het coachbootje al zien liggen, en we varen er met een ruime boog omheen, hierdoor komen we aan bakboord wal terecht.

Dan start de acht ook voor een sprintje, en loopt ons een beetje op, we houden toch een oogje op de acht om te kijken wanneer we weer naar stuurboord kunnen. De acht laat lopen en we kunnen naar stuurboord, maar dan is het al te laat. Ik kijk om en Maximaal komt ook in een volle sprint van de andere kant, het stukje is te kort om stil te komen liggen en boem, we komen met riemen en riggers in elkaar. Resultaat: een gebroken rigger bij de Anthonie en een beschadigde rigger bij deČtyřka.

Hoe kan dat nou? We zijn toch ervaren roeiers?

Een opstapeling van een aantal factoren heeft hierbij een rol gespeeld.
- We waren gestart met een kilometer hard varen. Dit vereist voor ons nogal wat concentratie;
- Vrij snel moesten we uitwijken naar stuurboord, om de acht + coachboot te ontwijken;
- We blijven teveel letten op de acht, die ook start voor een stukje hard, ze lopen in dus gaan we niet zomaar terug naar stuurboord (op het moment van de botsing hadden ze al laten lopen, en waren zodoende te ver weg om te kunnen waarschuwen).

Maar uiteindelijk resulteerde dit alles dus gewoon in niet goed of niet genoeg omkijken, en dat mag ondanks alle afleiding niet gebeuren.

Leendert3
(rood = Anthonie, groen = Jheronimus Bosch en geel =Čtyřka)


Incident 3


Een harde klap
.....  (door ploeg 1)

Op donderdag 1 oktober hadden we een laatste training voor de Moordregatta. Ik was stuur en we wilden nog wat intervallen. We voeren op volle kracht net voorbij het fietsbruggetje op de Aa richting Den Bosch. Ineens en op het allerlaatste moment zag ik de boeg van de Piekenpoort aan bakboord vlak bij ons. Houden, stop. Het was te laat. Een harde klap, een kreunende Hans was het eerste wat ik gewaar werd. Een riem was gebroken en dreef in twee stukken op het water. Een stuk stond rechtovereind als een dobber. De boot is nog heel schoot door mijn hoofd. Later bleek dat Hans de klap, toegebracht door de bakboordriem van de Piekenpoort, had opgevangen. Tegelijk was zijn bakboordriem onder de Piekenpoort geschoten en als een lucifershoutje afgebroken. Hoewel ik aan stuurboordwal voer had ik een gevoel van schuld. Ik was teveel gefocust geweest op de roeiers en had niet voldoende zicht gehad op het water voor ons. We hebben een bemanning van grote kerels waar ik niet overheen kan kijken. Maar ik was me er ook meteen van bewust dat ik had moeten weten wat zich voor me op het water afspeelt. Pas later heb ik me om Hans bekommerd. Hij bleek een kneuzing aan zijn onderrug te hebben van zeker 1 bij 2 decimeter. Hoewel hij de Moordregatta niet kon roeien realiseerde ik me pas later dat het veel slechter af had kunnen lopen als de riem hem hoger had geraakt. Ik zal niet meer op deze snelheid varen als ik niet zeker weet wat zich precies voor me afspeelt. Nog afgezien van de materiaalschade zou ik het verschrikkelijk vinden als mede door mijn schuld mijn maat zwaar letsel zou oplopen.

Stef Toenbreker, stuur van de Esplanade


Incident 2


Een ongeluk komt nooit alleen  (door ploeg 2)


Donderdag 1 oktober waren we heerlijk aan het roeien in de Piekenpoort, ons verheugend op de snelle vaart en het mooie weer, tot we net door de flauwe bocht, een beetje te veel naar bakboordwal, even voorbij de voetbrug naar de Oosterplas, plots een schim zagen opdoemen, HOUDEN! nog veel snelheid verloren, maar de klap was er niet minder om. Allergrootste probleem, door vermoedelijk een knal met een riem in z'n rug, de blessure van Hans, die zag er aanvankelijk zeer ernstig uit en later gelukkig iets minder ernstig, maar toch zeer een ernstige smet op dit gebeuren. Sorry Hans voor de veroorzaakte ellende.
Hoe kan zoiets ontstaan? Als we allebei of zelfs maar een van beiden beter hadden gekeken dan gebeurt zoiets niet. Ik had wel regelmatig, om de paar halen omgekeken, maar net door de bocht schitterde het water aanzienlijk, door ondermeer witte spiegeling van de hemel en de weerschijn van de "prachtige" gele schermen langs de A2. De Esplanade een witte boot met een in helder geel gehulde bemanning viel tegen die achergrond niet direct op. Beide boten naderen elkaar met bijna 10m per seconde dus je bent zo bij elkaar. En dan is het te laat. Doordat we weten dat we de volle 180 graden omkijken niet meer halen, en dus opzij, met slechter zicht, langs de bril kijken, gebruiken we normaal een extra caravanspiegel op de boegdol, dat geeft een meer dan prima beeld achteruit. Helaas was de beheerder van de spiegel met vakantie en aangezien er momenteel geen fatsoenlijke kluisjes meer zijn om dat ding op te bergen ontbrak deze helaas. Allemaal kleinigheden die tesamen net dat ongeluk laten ontstaan. Proberen (nog) beter te kijken lijkt toch de enige remedie. Wonder boven wonder hadden beide boten geen schade en misten we alleen een riem.

Chris Braakensiek, boeg van de Piekenpoort


Incident 1


Hoe een ervaren ploeg toch in een levensgevaarlijke situatie terechtkomt, en het gelukkig nog kan navertellen. (2009)


De roeiploeg 45x (3 leden + invalster) is verbijsterd over het feit dat zij als ervaren roeisters in een gevaarlijke situatie terecht zijn gekomen. Maar juist ook omdat het ons kan overkomen, willen wij dit delen met de vereniging.

De situatie:
Een ervaren Roeien 3 ploeg vaart een training begeleid door een ‘gast-stuur’, die nog nooit eerder deze ploeg gestuurd heeft. De ploeg bepaalt de inhoud van haar eigen training, de stuur begeleidt dit. Er vindt dus telkens overleg plaats tussen slag en stuur, waarbij de stuur ook aanwijzingen krijgt m.b.t. coachend sturen.
Vanaf Crevecoeur komen wij de klotsbak in. De stuur geeft aan dat er een boot vaart. Het algemene gevoel is dat wij liever niet achter de boot varen, maar hem zouden willen inhalen. De slag zegt dan tegen de stuur: ‘jij bent de stuur, jij bepaalt wat kan’.
Na enige tijd opgepakt varen bleek dat we niet snel voorbij de boot kwamen. Op aangeven van de slag zijn we in tempo teruggezakt, met de verwachting dat de boot zou doorvaren en wij erachter zouden invoegen. Maar toen bleek dat wij gelijk op gingen met de boot.
Op dit moment hadden wij (de stuur) moeten beslissen om te laten lopen en in te voegen, dit hebben wij verzuimd.
Vervolgens hebben wij opnieuw een inhaalpoging gedaan. Dit duurde wederom te lang. De stuur merkt op dat er tegenliggers aankomen. Omdat de slag dit niet vertrouwde – we voeren inmiddels wel erg lang al aan de verkeerde wal – keek ze om, zag de tegenliggers naderen en heeft het commando gegeven om de sprint in te zetten. Dit maakte dat wij vlak voor de boot die wij trachtten in te halen langs geroeid zijn en daardoor konden voorkomen dat wij in aanvaring zouden komen met de tegenligger.
Alhoewel op dat moment natuurlijk niet bewust alle opties zijn afgewogen leek de optie: ‘noodstop en achter de boot invoegen’ niet mogelijk, dat zou w.s. te lang duren, waardoor de tegenligger ons zou overvaren.
Door het kolkende water was er even paniek in de boot, door een snoek en ongelijkheid, en de slagen riepen dat we moesten doorroeien, anders zouden we overvaren worden door de zojuist ingehaalde boot. Na de eerste volgde nog een tweede tegenligger en dus flink wat golven. Ook daar zijn we doorheen geroeid, om afstand te creëren met de boot achter ons. Gelukkig liepen we niet vol.

Wat ging hier mis:
1. we hadden liever niet moeten gaan inhalen.
2. na de eerste inhaalpoging hadden we definitief moeten staken en achter de boot moeten invoegen.
3. de stuur had eerder moeten ingrijpen en besluiten om achter de boot te gaan varen.
4. omdat de stuur niet ingreep had de ploeg dit moeten doen, dit is niet gebeurd.

Ad 3 en 4, rol van de gast-stuur en de ploeg:
Wij hebben gemerkt dat ongewild een dilemma ontstaat. De gast-stuur doet zijn best om de ervaren ploeg een prettige training te bezorgen. De inhoud van de training wordt bepaald door de ploeg en verwoord door de slag. Dit heeft mogelijk tot gevolg dat er een onzekere situatie ontstaat voor de stuur over: op welk moment hij het wèl voor het zeggen heeft.
De ploeg vertrouwt erop dat de stuur doet wat veilig is, dit is ook uitgesproken op moment dat de situatie met de boot onstond, maar de stuur is dan nog in de ‘sfeer’ dat de ploeg bepaalt wat er gebeurt in de training. Het is dan blijkbaar moeilijk voor de gast-stuur om het heft in eigen handen te nemen en te kiezen voor de ‘onplezierige’ optie : achter de boot blijven. En voor de ploeg is het dan blijkbaar ook lastig om al eerder te beslissen: we stoppen met inhalen.
Wij denken dat vergelijkbare situaties regelmatig ontstaan, zeker met ‘sturen in opleiding’ voor Sturen B. Voor ons een belangrijke les.

Op welke wijze is niet voldaan aan het BPR
Het Binnenvaartpolitieregelement (BPR) zegt een aantal dingen over inhalen, voorrang en 'goed zeemanschap.
1. De schipper (degene die in belangrijke mate de koers en de snelheid bepaalt) is de belangrijkste persoon aan boord. Hij is verantwoordelijk voor de veiligheid van schip en bemanning. De bemanning moet doen wat de schipper zegt en mag geen zaken buiten hem of haar om doen, die gevolgen kunnen hebben voor de koers en de snelheid van het schip.
- de bemanning heeft gedaan wat de stuurman zei, maar de stuurman was niet 'in charge' en greep niet in waar hij dat wel had moeten doen.
2. Je mag alleen inhalen als je kúnt inhalen; de inhaler moet dus altijd voorrang verlenen. Het maakt daarbij niet uit of het schip een groot schip is (een groot is schip is een schip > 20 mtr plus de 'grote vijf' - passagiersschepen, vissersschepen, etc.), een kleine boot, een zeilschip of een motorboot. Het is wél zo dat het schip dat wordt ingehaald medewerking moet verlenen om de inhaalmanoeuvre mogelijk te maken.
- we hebben 2x een inhaalpoging gedaan, beide keren duurde het te lang. We hadden moeten afbreken en achter het schip moeten gaan varen. Het schip dat wij aan het inhalen waren heeft op geen enkele manier ons geholpen om er sneller voorbij te komen.
3. Indien de koersen van twee schepen elkaar zodanig kruisen, dat gevaar voor aanvaring bestaat, moet het schip dat niet de stuurboordzijde van het vaarwater volgt voorrang verlenen aan het schip dat de stuurboordzijde van het vaarwater volgt.
- wij hebben geen voorrang verleend, wij hebben het schip ingehaald door min of meer af te snijden, omdat er intussen tegenliggers aankwamen.
4. Als je voorrang moet verlenen, moet je tijdig koers en snelheid wijzigen en vermijden voor het andere schip over te lopen (voor langs te varen). In principe vaar je achter het schip dat voorrang heeft langs.
- idem 3.
5. Volgens 'goed zeemanschap' moet van de bepalingen (van het BPR) worden afgeweken als dat in het belang van de veiligheid en het vlotte verloop van de scheepvaart is.
- omdat een noodstop w.s. ook tot kans tot overvaren had geleid, hebben wij de snelheid kunnen verhogen, zodanig dat we met afsnijden tòch konden inhalen. Dit heeft ons gered, maar de hele situatie verdient niet de schoonheidsprijs....







 

Er zijn veel overlappingen in de informatie-behoefte van:

  • introductie-roeiers / aspirant-leden
  • bestaande leden
  • leden die zich voorbereiden op het T-examen


boek.jpgVoorheen was het 'Roeiboek' de plek waar alle officiële informatie verzameld was. Deze website heeft die functie echter inmiddels overgenomen.

Wil je je voorbereiden op het T-examen, ga dan naar de pagina Roeien -->  Roei-examens doen --> Voorbereiding Theorie. Alle relevante pagina's zijn voorzien van een knop AFDRUKKEN rechtsbovenin. Zo kan je zelf gemakkelijk een theorie-boekje samenstellen.


Informatie / introductieboekje voor nieuwe leden

De website is de plek waar de informatie het meest actueel wordt bijgehouden. Voor nieuwe leden is het niet altijd duidelijk welke informatie direct relevant is en ook leden die al langer lid zijn, kunnen niet altijd vinden wat zij zoeken.
Voor de nieuwe leden is voor het eerst in 2012 een Introductieboekje gemaakt. Behalve informatie over wie wij zijn als vereniging en hoe de introductie in zijn werk gaat, vindt de lezer ook een leeswijzer voor de website alsmede een organogram. Daarmee wordt inzicht gegeven hoe de vereniging en als afspiegeling daarvan ook de website, globaal in elkaar steekt. Ga voor de downloadversie van het Introductieboekje naar de pagina Roeien / Introductie (2012).

Vanaf januari 2012 is het roeiboek niet meer te downloaden. Heb je hier toch vragen over, stel ze dan via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

Voor de veiligheid op het water zijn, vanzelfsprekend, ook vaarregels van kracht. Middels het T-examen wordt de kennis over deze regels getoetst.

Voor RV De Hertog onderscheiden we drie typen vaarregels:

  • De algemene scheepvaartregels (het Binnenvaartpolitiereglement - BPR), op deze pagina;

  • De vaarregels met betrekking tot weersomstandigheden, zie de pagina roeiverboden.

  • De vaarregels met betrekking tot het vaarwater in 's-Hertogenbosch, zie de pagina roeiwater & stroming.


Algemene scheepvaartregels

1. Inleiding

BPRDe vaarregels op de Nederlandse binnenwateren (m.u.v. de grote rivieren, de Westerschelde en de Eemsmonding) staan in het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). Hiervan heeft De Hertog twee exemplaren waarvan er een altijd op de loods moet blijven. Een roeiboot is in termen van het BPR een ‘klein schip’ (BPR 1.01.A.4), verder is een roeiboot ‘open’ en wordt ‘door spierkracht voortbewogen’. Hierdoor zijn een aantal bepalingen die voor andere schepen gelden niet van toepassing op roeiboten. Er hoeft bijvoorbeeld geen exemplaar van het BPR aan boord te zijn, er is geen minimumleeftijd voor de “stuur” en op de boot hoeft geen naam aangebracht te zijn. Voor het roeien in ’s-Hertogenbosch is het niet nodig het gehele BPR te kennen. Als je langere tochten gaat maken (op de Maas of bij een andere vereniging) is het aan te raden het BPR te bestuderen, m.n. hoofdstuk 6, vaarregels. Hoewel de Aa en de Dommel soms stromen gelden hier geen aanvullende bepalingen voor het varen op stromend water. Als je meer wilt weten over het BPR kun je dat vinden op internet (www.overheid.nl).

Hieronder zijn de belangrijkste vaarregels samengevat die je als roeier moet kennen. De artikelen van het BPR zijn zoveel mogelijk tussen haakjes vermeld.


2. Goed zeemanschap (BPR 1.04 en 1.05)

De belangrijkste regel is: goed zeemanschap. Art. 1.04 van het BPR zegt letterlijk; De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die volgens goede zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip zich bevindt zijn geboden, teneinde met name te voorkomen dat:

  1. Het leven van personen in gevaar wordt gebracht.
  2. Schade wordt veroorzaakt aan andere schepen, oevers, werken en inrichtingen.
  3. De veiligheid of vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

BPR goed zeemanschapAls de veiligheid in het geding is mag zelfs, in bijzondere gevallen, volgens goed zeemanschap van het BPR worden afgeweken. Dat betekent bijvoorbeeld dat je zult moeten wijken voor schepen waarvan de stuurman je te laat ziet of als blijkt dat hij de vaarregels niet kent. De kans dat hij/zij de regels niet kent is overigens zeer groot. De eisen aan een (klein) vaarbewijs zijn opvallend, zodra je vol gas op de motor sneller kan varen dan 20 km/uur of indien de boot langer is dan 15 meter moet je in het bezit zijn van een vaarbewijs. De schipper van een jacht van 14 meter op de Dieze zou dus weleens geen kennis kunnen hebben van de vaarregels. Denk er altijd aan dat een roeiboot uiterst kwetsbaar is en slecht zichtbaar is.

Kortom: Neem nooit voorrang! Vaar alleen door als de andere boot voorrang verleent!


3. Eisen aan stuurman/vrouw (BPR 1.03)

Er geldt dus een grote verantwoordelijkheid bij de “stuur”, op een roeiboot is de “stuur” formeel de schipper. Alleen hij/zij is verantwoordelijk voor het juist opvolgen van regels. De roeiers dienen, om die reden, de commando’s van de stuurman op te volgen. Daarnaast worden door rv de Hertog aanvullende eisen gesteld aan de “stuur”. De commando’s moeten begrepen worden, hij/zij moet kunnen manoeuvreren en er wordt verwacht dat hij/zij een ploeg kan begeleiden (zowel in als buiten de boot). Een opsomming van wat er gevraagd wordt, is in de eisen voor de stuurproef A (StA) te vinden. Voor gladde boten wordt meer ervaring en inzicht gevraagd, dit wordt tijdens stuurproef B (StB) getest (zie pagina Sturen of Roei-examens doen/ tabblad roei-examens voor meer info over Stuurexamens).


4. Klein wijkt voor groot (BPR 6.04)

Een roeiboot is, zoals gezegd, een “klein schip” en moet daarom een schip dat geen “klein schip” is (een sleepboot, een veerpont, een vissersschip, een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren, een duwbak of een schip langer dan 20 meter) genoeg ruimte geven om zijn koers te volgen en om te manoeuvreren. In de praktijk betekent dit: pleziervaart wijkt voor beroepsvaart!

Dode hoek beroepsvaartGrote schepen kunnen niet snel hun koers of snelheid wijzigen, geef die dus alle ruimte en manoeuvreer je niet in een gevaarlijke situatie. Grote schepen zullen meestal het midden van het water aanhouden, dus snijdt geen bochten af en kijk bij ongestuurde nummers regelmatig om, ongeveer iedere vijf halen.


5.
Houd stuurboordwal (BPR 6.03, 6.04, 6.09, 6.10, 6.30)

Onderstaande regels zijn algemene bepalingen bij het naderen (passeren) en oplopen (inhalen) van twee boten. Kleine en grote boten zijn gelijkwaardig bij de volgende regels:

  1. Boten mogen alleen passeren en inhalen indien het vaarwater voldoende ruimte biedt.
  2. Een gepasseerde of ingehaalde boot moet zijn koers behouden en mag niet sneller gaan varen.

Naderen : We spreken over naderen bij tegengestelde koersen (tegemoetkomen). Dit is een lastig onderdeel omdat dit vaak verward wordt met kruisende koersen. Deze aanvullende regels over naderen gelden alleen als je aan Stuurboord (SB)-wal vaart en aanhoudt! Als dat niet het geval is (open water) dan gelden de bepalingen voor kruisende koersen (zie punt 6).

  1. Ook al houd je SB-wal er blijft altijd gelden: Pleziervaart wijkt voor beroepsvaart. Je moet dan bijv. denken aan een binnenschip die keert met zijn boeg over jouw SB-wal. Daar moet je voor wijken ook al vaar je pal SB-wal.
  2. Kleine naderende motorboten wijken voor een roeiboot. De motorboot moet dus naar SB uitwijken als je duidelijk “rechts” vaart. Naar “rechts uitwijken dus”.
  3. Als je echter een naderende zeilboot tegenkomt (onder zeil) dan heb je formeel voorrang als je pal de SB wal aanhoudt en er onvoldoende ruimte is tussen de roeiboot en de wal. Laat in zo'n geval de zeilboot dus nooit aan SB kant van de roeiboot komen. Als dat echter wel het geval is dan moet de roeiboot wijken op grond van de regels van kruisende koersen. Een lastige situatie, ga dus voor de veilige algemene regel; zeilboot, roeiboot, motorboot en "neem" geen voorrang bij twijfel. Defensief sturen dus.

Oplopen/Opgelopen worden: Hier gelden de volgende aanvullende regels:

  1. Ook op het water geldt, “links inhalen”. Als je opgelopen wordt, houd dan goed SB-wal om de oploper de ruimte te geven.
  2. Het inhalen moet vooral snel gebeuren. Ga zo nodig over op een sterke haal, oplopen met een roeiboot duurt erg lang.
  3. Een roeiboot mag een groot schip (beroepsvaart) aan stuurbordzijde inhalen. Dat betekent tussen het grote schip en de SB wal. Dit is een gevaarlijke handeling, overtuig je er altijd van dat de schipper je heeft gezien voordat je hieraan begint!
  4. Een roeiboot haalt in principe een ander klein schip in aan Bakboord (BB) zijde (links inhalen). SB mag ook als er maar geen gevaar ontstaat.


6. Kruisende koersen (BPR 6.17)

In situaties waar geen SB-wal aangehouden kan worden, bijv. op open water (midden op de Ertveldplas), gelden de volgende regels:

  1. vaarregels cambridge crashEen roeiboot wijkt altijd voor beroepsvaart. (BPR 6.04)
  2. Een roeiboot wijkt voor een andere roeiboot die van SB komt. “Rechts gaat voor” bij 2 roeiboten.
  3. Motorboten (recreatie) wijken voor roeiboten ongeacht of je van BB of SB komt ! Deze regel is veelal onbekend of wordt bewust niet nageleefd. Wees dus zeer alert tijdens deze situatie en reken er maar niet op dat een motorboot je voorrang verleent.
  4. Roeiboten daarentegen wijken voor een zeilboot, ongeacht of deze van SB of SB komen . Dit geldt dus uitdrukkelijk op open water.
  5. Onthoud maar als volgorde: Zeilboot, Roeiboot, Motorboot. De logica hierachter; een zeilboot is volledig afhankelijk van de wind, de roeiboot kan op spierkracht redelijk manoeuvreren, een motorboot kan op de motor heel snel en eenvoudig alle kanten op.
  6. Als je moet wijken wacht dan niet tot het laatste moment. Laat zien wat je van plan bent.


7
. Voorrang in engtes (BPR 6.07)

Bij een zodanige versmalling van het vaarwater dat het niet mogelijk is dat 2 boten elkaar kunnen passeren (bij een engte, smalle brug) geldt het volgende:

  1. Als het scheepvaartverkeer door middels van tekens (zie bijlage) wordt geregeld moeten deze worden opgevolgd. Dit geldt zowel voor stromend- als niet stromend water.
  2. Natuurlijk geldt dat een roeiboot wijkt voor beroepsvaart maar tekens gaan ook hier boven regels m.a.w. volg de tekens op de brug ook als er een beroepsvaarder aan de andere kant ligt te wachten (BPR 5.02)
  3. vaarregels tekstAls er sprake is van een brug met meerdere doorgangen hou je de SB-doorgang aan.
  4. Als het kan vermijd je de doorvaartopening met een beweegbare brug, kies dan voor de veilige vaste doorgang aan SB (BPR 6.24, 6.25, 6.26).
  5. Op niet stromend water geldt een vergelijkbare (algemene) regel als bij het wegverkeer. Als er zich een hindernis bevindt aan jouw zijde (SB) dan gaat de naderende boot eerst, ongehinderd, door de versmalling.
  6. Er is echter een belangrijke afwijking. In het BPR is de voorrang in engtes met stroom heel eenvoudig geregeld: degene die de stroom mee heeft, heeft altijd voorrang. Dat geldt voor elk schip, groot of klein, zeil- of motorboot, alles wat de stroom mee heeft, heeft voorrang. Bij een engte moet een schip dat tegen de stroom in vaart dus altijd voorrang verlenen. De logica erachter is dat een boot die stroomafwaarts vaart niet kan stoppen, een boot die stroom opwaarts gaat kan namelijk makkelijker stoppen of uitwijken.


8. Overige scheepvaart niet hinderen (BPR 6.14, 6.15)

Overige belangrijke bepalingen zijn:

  1. Bij manoeuvres, zoals aankomen, afvaren, laten lopen of rondmaken, mag je andere kleine schepen niet onnodig hinderen. Beroepsvaart mag je nooit hinderen! Kijk dus bij het afvaren niet alleen of je eigen bemanning klaar is, maar wacht ook tot er ruimte is op het water.
  2. Ga niet stilliggen bij bruggaten of vlak voorbij een onoverzichtelijke bocht. Kijk bij het rondmaken eerst of je doorgaande schepen niet hindert.
  3. Het keren of oversteken van een vaarwater moet zo snel mogelijk gebeuren. In de praktijk betekent dit “haaks” oversteken.
  4. Een boot mag geen voorwerpen hebben uitsteken. Als er al roeiend schade aan ander boten wordt toegebracht door de uitstekende riemen (zelfs als er “geslipt” is), ben je verantwoordelijk voor de schade (BPR 1.12)


BIJLAGE BIJ SCHEEPVAARTREGELS.

Geluidsseinen (BPR, bijlage 6)

Grote schepen kunnen gebruik maken van geluidsseinen voor het aankondigen van bepaalde manoeuvres, of om aandacht te vragen voor gevaarlijke situaties. Met de scheepshoorn kunnen stoten gegeven worden van verschillende lengte:

Een lange stoot: –––––––––––––––––––––––––––––––– ongeveer vier seconden,
Een korte stoot: –––––––– ongeveer een seconde, en
Een zeer korte stoot –– van ongeveer een kwart seconde.

Het is goed om als roeier de betekenis van de volgende geluidsseinen te kennen:
–––––––––––––––––––––––––––––––– lange stoot attentiesein
–––––––– een korte stoot ik ga stuurboord uit
–––––––– –––––––– twee korte stoten ik ga bakboord uit
–––––––– –––––––– –––––––– drie korte stoten ik sla achteruit
–– –– –– –– –– –– –– –– –– –– een reeks zeer korte stoten gevaar voor aanvaring

Een volledig lijst met geluidssignalen staat in bijlage 6 van het BPR.


Borden en lichtsignalen (BPR, bijlage 7, verkeerstekens)

Hier worden alleen de signalen behandeld die je normaal gesproken in ’s-Hertogenbosch tegen kunt komen en die voor roeiboten van belang zijn.
inuitvaartverboden.png  rodelampenkel.png1. Een rechthoekig bord met drie horizontale balken (rood-wit-rood) is een verbod in-, uit- of door te varen. Een enkele of dubbele rode lamp en een enkele of dubbele rode vlag betekenen hetzelfde (BPR, bijlage 7, A.1). Dergelijke lampen zijn boven diverse doorvaartopeningen van bruggen aangebracht.

vaarverbod_niet_geldend_roei.png2. Een rond rood bord met een horizontale witte balk (bijv. bij de Oude Dieze bij kasteeltje Meerwijk) is een vaarverbod dat niet geldt voor ongemotoriseerde kleine schepen (BPR, bijlage 7, A.1a).

geel_dubbel.png3. Een gele lamp (of geel bord) boven een brugopening betekent dat de doorvaart toegestaan is. Een enkele gele lamp wordt gebruikt als tegenverkeer toegestaan is, bij een dubbele gele lamp of dubbel geel bord, is tegengestelde vaart niet toegestaan. (BPR, bijlage 7, D.1a end D.1b).

verboden_voor_spierkracht.png4. Een rechthoekig wit bord met een rode rand en een rode diagonaal is een verbodsbord. Een pictogram geeft aan wat voor verbod. Een dergelijk verbodsbord voor roeiboten (BPR, bijlage 7, A.16) staat langs de Oude Dieze een kilometer voorbij kasteeltje Meerwijk omdat verderop een (gevaarlijke) spuisluis is.

halthouden_voorbord.png5. Een rechthoekig wit bord met een rode rand en een horizontale zwarte streep geeft een gebod/verplichting aan om vóór dat bord stil te houden (BPR, bijlage 7, B.5, staat vlak bij de sluizen).



Bruggen

Kies bij het onder doorvaren van bruggen het meest SB gelegen bruggat gebruiken (mits toegestaan). Het doorvaren van brugopeningen met een rood-wit-rood rechthoekig bord, of met een enkele of dubbele rode lamp is niet toegestaan.
aanbevolen__tegenligger_mogelijk.pngDe aanbevolen doorvaartopening van een brug wordt aangegeven door gele lichten of bakens, bij een enkel licht of baken is tegenverkeer toegestaan, bij een dubbel licht of baken zijn tegenliggers verboden.

In het algemeen dien je met een roeiboot waar mogelijk een doorvaartopening met beweegbare brug te vermijden. Geef de ruimte aan schepen met grotere hoogte die van de beweegbare brug gebruik moeten maken. Bruggen waarop dit van toepassing is zijn er in ’s-Hertogenbosch niet.


Lichtvoering (BPR 3.13)

Roeiboten moeten tussen zonsondergang en zonsopgang, een wit rond schijnend licht voeren (BPR 3.13. Als je ’s-nachts wilt varen (na toestemming van de materiaalcommissaris) bekijk dan ook de lichtvoering die voor andere schepen vereist is.

>> Herschreven door Lex Schregardus (10 jan 2016)

 

Het vaarwater in 's-Hertogenbosch wordt gedeeld met andere schepen, dit geldt vooral op de Dieze en de Ertveldplas. Ook op de Dommel en de Aa kan plotseling de rondvaartboot van Wolthuis, een vissersbootje of een andere kleine boot opduiken. Ook vissers oefenen hun liefhebberij uit op en langs hetzelfde water.

Houd bij binnenvaartschepen rekening met een dode hoek van 500 meter.
Sinds de oprichting van de Raad voor de Transportveiligheid (RvTV) in 1999 hebben reeds 62 zichtgerelateerde ongevallen met binnenvaartschepen plaatsgevonden, die alle door de RvTV zijn onderzocht. Bij het ontstaan van al deze ongevallen heeft onvoldoende zicht door de (te grote) dode hoek een belangrijke rol gespeeld.

Dode hoek beroepsvaartUit het onderzoek is tevens gebleken dat schippers eigenlijk niet in staat zijn om hun dode hoek in te schatten, er is bijna altijd sprake van een (grote) onderschatting.

Een roeiboot die in de dode hoek terechtkomt wordt niet gezien. Schrikreacties van schippers en zelfs aanvaringen kunnen het gevolg zijn. Wijk daarom bij het naderen van een binnenvaarder altijd direct uit en ga niet voor het schip rondmaken.

Pleziervaartschippers hebben de neiging om uitgebreid van de omgeving te genieten. Het uitkijken, stuurboordwal houden en rechtuit varen schiet er dan wel eens bij in. Kijk in ongestuurde nummers regelmatig om, wijk uit en geef zo nodig een schreeuw. Er zijn pleziervaarders die weinig oog hebben voor de gevolgen van hun gedrag, bijvoorbeeld geen rekening houden met de golven die ze trekken.

Tussen de spoorbrug en de binnenstad is het zicht beperkt. Hier moet je extra goed opletten en goed stuurboordwal aan houden, daarnaast gelden er regels i.v.m. scheepvaartverkeer (lees alle vaarregels: Roeien / Vaarregels):

  • Bij de Diezebrug (Orthenseweg) geldt in zuidelijke richting (stad in) een vaarverbod voor het middelste (het smalle) bruggat.
  • Bij het varen van de Aa naar de Dommel moet eerst aan stuurboordoever (zijde Gamma) richting spoorbrug gevaren worden tot ten minste het gele bord met een hoofdletter K ter hoogte van de Gamma, pas daar mag worden rondgemaakt en overgestoken.

Aa


Dit is mooi, vrijwel altijd rustig roeiwater ca. 4 km van het vlot tot aan de A2. Sinds de A2 verbreed is, kunnen we hier nog 500 meter doorvaren tot het einde van de plas (Zandvang). Het is niet mogelijk om rechts achterin door te varen op de Aa, vanwege een balk in het water, die permanent lijkt te zijn.


Na de A2 kan je direct rechts (dus helemaal aan het begin van de plas) nog 700 m. doorvaren parallel aan de A2 en bedrijventerrein de Brand. Meefietsen is hier mogelijk maar wel heel hobbelig (eerst fietsbrug over).
Langs de Citadel, bijv. bij de punt van het vlot en bij de Munteltuinen en het Muntelbolwerk zitten scherpe bochten in het water die, zeker bij sterke stroming, lastig te nemen zijn. Tussen de punten van de Citadel zijn forse zandbanken afgezet in periodes van hoogwater. Vermijdt die zoveel mogelijk, je kunt aan de grond komen te zitten.
Een roeiboot die stroomafwaarts vaart heeft voorrang op een andere roeiboot bij een nauwe doorgang.

Beperking geluidsoverlast Acaciasingel

Om (geluids)overlast te voorkomen zijn met bewoners van de Acaciasingel de volgende afspraken gemaakt (sinds okt 2013), die aansluiten bij de reeds gemaakte afspraken met de vissers:
• Niet vanaf de kant coachen tussen de Acacia- en de Kennedybrug, tenzij een portofoon wordt gebruikt.
• Vermijd op de fiets het hondenuitlaatpad tussen deze bruggen.
• Ga niet stilliggen tussen de beide bruggen.
• Vermijd onnodig geschreeuw door stuur en roeiers in dit traject.

Zie ook bij huisregels onder Vereniging / Reglementen.

Dommel


Ook de Dommel is mooi roeien, ca. 2 km van de Citadel tot de kom met aanlegsteiger. In 2009 is een ecologische verbindingszone gerealiseerd waarbij de kaarsrechte lijn van de Stadsdommel is veranderd in een meanderend en speels water, d.m.v. de aanleg van eilandjes.
Onder de Vughterbrug (tegenover Essent) ligt een stuw. In verband met stroming naar de overstort en het ruwe beton van de stuw, mag je nooit de stuw zelf gebruiken om aan te leggen.
Naast de uitstroom van de vistrap ligt een aanlegsteiger, hier kun je de boot uit het water halen en onder de brug doordragen.

De stuw bij Essent

Bij hoog water is de steiger onbereikbaar en bij stroming (na flinke regenval) is het bijna onmogelijk om hier veilig rond te maken. Houdt hier van tevoren rekening mee.

Achter de brug (tegenover Chalet Royal) is een beschoeiing waar je het water weer op kunt. Je kunt nu zo’n acht km verder over de Dommel varen tot de stuw in St-Michielsgestel.

Zowel bij Chalet Royal als kort voor Halder kunnen drijfbalken in het water liggen tegen o.a. waternavel (woekerplant). Doe navraag over de stand van zaken bij de commissie toerroeien. Met enige voorzichtigheid kan de opening in de drijfbalk gepasseerd worden, door kleine nummers als skiff en gladde 2. De Dommel heeft wat verbredingen die ondiep zijn, met name na de A2 (tweede viaduct) aan stuurboord.

Dommel voortaan vrij bevaarbaar voor roeiboten
In het verleden was ontheffing nodig om te mogen varen op de Dommel. Sinds april 2011 heeft het Waterschap het vaarverbod opgeheven. Tevens zal de Gemeente 's Hertogenbosch i.s.m. Waterschap de Dommel de aanlegsteiger vernieuwen en verbeteren. Ook de instapplaats aan de Chalet Royal-zijde zal worden opgeknapt.

Drongelens Kanaal


Bij de Essent begint het Drongelens kanaal. Hier kunnen en mogen we niet varen, ook niet bij hoog water. Door de aanleg van de rondweg Den Bosch is het onmogelijk geworden om het Drongelens kanaal als vaarwater te gebruiken. Let op: bij het begin van het Drongelens kanaal staan paaltjes vlak onder de waterlijn; blijf hier uit de buurt!

Het Afwateringskanaal naar Drongelen met de nieuwe randweg

(gekanaliseerde) Dieze


De Dieze komt uit op de Ertveldplas, waarna hij verder gaat naar de Maas.. Het open water van de Ertveldplas heeft al golven bij betrekkelijk geringe wind. Het stuk daarna heeft nogal wat scheepvaart en steile oevers waardoor het water vaak onrustig is (de “klotsbak”). In Engelen splitst de Dieze zich in het Henriëttekanaal (bakboord) en de Oude Dieze (stuurboord). Via het Henriëttekanaal bereik je de sluis waar toerroeiers geschut kunnen worden naar de Maas.
De Oude Dieze is rustig water, ongeveer 1400 meter tot aan de stuw bij Crèvecoeur. Blijf uit de buurt van deze stuw, je mag niet verder dan het bord “verboden voor roeiboten” ca. 400 meter voor de stuw!

Bij voorkeur binnen 40 meter van de wal varen op de Ertveldplas (en Zandvang (einde Aa)), het midden dient gemeden te worden, in de winter (1 november - 1 april) is het voor onervaren roeiers (dus S1/S2) niet toegestaan op de Ertveldplas (en Zandvang (einde Aa)) te skiffen. In verband met het tillen van boten en uit oogpunt van veiligheid op het water, verdient het sterk de voorkeur om niet alleen te gaan skiffen. Lees ook over het gebruik van zwem- & reddingsvesten



De ingang van de ‘klotsbak’ gezien vanaf de A59.

Zuid-Willemsvaart


Sinds de opening van het Maximakanaal is het toegestaan te roeien op de Zuid-Willemsvaart ten zuiden van de brug van de Citadellaan, behalve voor de 8+, maar let op: het water is smal, elkaar passeren dient slippend te gebeuren. Tijdens het draaien van Sluis 0 wordt het roeien sterk afgeraden. Bedieningstijden Sluis 0 zijn maandag,woensdag, vrijdag om 11.00 uur.

Sluizen


Er zijn rondom Den Bosch verschillende sluizen met ieder eigen openingstijden.
Informatie hierover vind je hier.

Stroming


De Aa en de Dommel zijn riviertjes waarin het water na veel regenval hevig kan stromen. Het sturen is dan aanzienlijk moeilijker. Niet alleen loop je kans ergens tegenaan te drijven maar je moet er ook rekening houden dat de stroming plotseling de boot opzij kan duwen zodat je ergens anders terechtkomt dan je verwacht.

Bruggen:
Houdt er rekening mee dat stroomafwaarts van een brugpijler het water nogal turbulent kan zijn. De brugpijler stuwt het water stroomopwaarts op en stroomafwaarts ontstaat er een soort kielzog. Dit kan de boot uit de koers brengen. Onder de brug kan een merkbaar hoogteverschil ontstaan.
Een roeiboot die stroomafwaarts vaart heeft voorrang op een andere roeiboot bij een nauwe doorgang.

Bochten:
Tegen de stroom in moet je zoveel mogelijk de binnenbocht houden. De stroom houdt vooral de buitenbocht aan en kan daar de boeg van de boot naar buiten duwen. Met de stroom mee helpt de stroom de boot te draaien, over het algemeen is een bocht dan met weinig problemen te nemen. Pas op dat je niet in de bocht stil gaat liggen, je zit zo tegen de kant.

Stuw bij de Vughterweg:
Vaar bij hevige stroming niet helemaal tot aan de stuw, maak ruim voor de kom rond. Bij de kom staat de stroming dwars op de Dommel en duwt je aan de kant van Essent tegen de keien. Stroomopwaarts moet je ervoor zorgen, ook bij weinig stroming, dat je aan bakboordoever vaart en dat je doorvaart tot je uit de stroming bent. De boot wordt over het algemeen twee tot drie meter opzij gezet. Laat je niet verrassen door de turbulentie en vaar gewoon door tot je weer in rustig water bent. Stroomafwaarts moet je er eveneens rekening mee houden dat je door de stroming opzij gezet wordt. Houdt daarom voldoende ruimte aan bakboord om een paar meter opzij te kunnen worden gezet.

Aanleggen: Uitgezonderd bijzondere omstandigheden moet je altijd in stroomopwaartse richting aanleggen, ook als er zeer weinig of geen stroom staat. Bij sterke stroming op een punt (ruim) voorbij het vlot mikken. Als je niet zeker bent (nog weinig ervaring en/of een moeilijk te sturen boot) dan bij voorkeur strijkend aanleggen. Een bijzondere omstandigheid waarbij je van de andere kant moet aanleggen is sterke wind terwijl er weinig of geen stroming is. In dat geval moet je tegen de wind in aanleggen.

25 TIPS VOOR ROEIEN BIJ STROMING
(maart 2016)

Algemeen:
Stromend water beweegt en een boot beweegt mee. Dit is net zo'n open deur als het lijkt maar er wordt vaak geen rekening mee gehouden. Laat je niet verrassen en zorg altijd dat je voldoende ruimte hebt om een manoeuvre uit te voeren. Vertrouw niet op je roer, daar kun je te weinig mee, zeker niet als de snelheid laag is.
 
Boot in het water leggen en wegvaren:
- Leg de boot met de boeg in de stroomrichting.
 
- Als er iemand in de buurt is laat je dan afduwen en zorg dat de boot daarbij scheef komt te liggen met de boeg het verste van het vlot af.
 
- Zorg dat er (veel) ruimte stroomafwaarts is, zodat je de mogelijkheid hebt om weg te komen voordat je ergens tegenaan drijft.
 
- Zodra er roeiers vrij zijn begin te halen zodat de boot tegen de stroom in gaat, laat je niet wegdrijven.
 
- Voetenboorden stellen: dit kan alleen met veel ruimte stroomafwaarts of waar het water ongeveer stil staan, zoals tussen de punten van de Citadel
 
- Bij sterke stroming is het meest stroomopwaartse deel van het vlot niet te gebruiken, je boot wordt direct terug naar het vlot geduwd, vaak een aantal meters stroomafwaarts. Dus als daar nog een boot ligt heb je een probleem.
 
Aankomen en aanleggen:
 
- Altijd tegen de stroom in en met een kleine hoek of zelfs bijna evenwijdig ten opzichte van het vlot. Je hebt veel vrije ruimte nodig vanwege de kleine hoek en omdat het lastig in te schatten is waar je precies terecht komt.
 
- Mik op een punt zover mogelijk stroomopwaarts, waarschijnlijk kom je een stuk stroomafwaarts terecht..
 
- Als er iemand in de buurt is, laat je vanaf een veilige afstand aantrekken.
 
Bochten stroomopwaarts:
 
- Probeer zoveel mogelijk de binnenbocht te nemen, wees wel bedacht op tegenliggers die hetzelfde idee kunnen hebben. Laat de boeg meekijken en waarschuwen.
 
- Bedenk of er een dwarse stroming kan zijn en wees bedacht op wat er kan gebeuren.
 
- Zorg voor een redelijke snelheid zodat de stroming snel op een groot deel van de boot aangrijpt en je kunt houden en rond maken tegen de stroming in.
 
- Direct houden en direct rondmaken, niet eerst laten lopen. Dit vereist snelheid en kracht. Een onervaren ploeg of stuur die niet weet hoe snel te handelen moet hier wegblijven en dus niet het water op.
 
Bochten stroomafwaarts.
 
- Omdat nu de punt van de boot door de stroom in de gewenste richting geduwd wordt, hoef je niet strak de binnenbocht te houden (botsgevaar, zie punt 12). Zorg wel voor een ruime afstand tot de oever zodat je gelegenheid heb te manoeuvreren.
 
- Als je de bocht niet haalt, niet laten lopen maar direct houden en rond maken. Ook hier moet je snel en krachtig kunnen handelen,
 
- Overweeg of je niet al vlak voor de bocht gedeeltelijk rond moet maken zodat je meteen weg kunt varen als de stroming je tot in de bocht gedreven heeft.
 
Bruggen en andere lastige punten:
 
- Stroomafwaarts van een brugpijler is vaak veel turbulentie. Probeer zo goed mogelijk midden tussen de pijlers te blijven. Als je merkt dat een boord meer druk is dan aan het andere, onmiddellijk light peddle en de boot midden tussen de pijlers richten.
 
- Zorg ruim weg te blijven van al die goedbedoelde maar in de praktijk lastige waarschuwingsbordjes. Als je er tegen aan gedrukt wordt is het heel moeilijk om weer weg te komen. Hetzelfde geldt voor het stroomopwaartse eind van ons eigen vlot.
 
Zijkanaal met stroming (A2, Vughterstuw, uitloop van Aa in Zandvang):
 
- Passeer zo'n punt met zoveel mogelijk ruimte stroomafwaarts. Vaar stevig door zodat de koersverandering wanneer de stroming tegen de voorpunt aandrukt, gecorrigeerd wordt wanneer die tegen de achterpunt aan drukt.
 
Manoeuvreren:
 
- Zorg dat je stroomafwaarts voldoende ruimte hebt. Als het twee minuten duurt om rond te maken en het stroomt 50 cm/sec heb je minimaal 60 meter nodig. Om dan ook nog een slok water te nemen en een jack uit te trekken komen er nog enkele tientallen meters bij.
 
- Ga alleen stil liggen waar het echt kan en blijf er op bedacht dat je plotseling weg moet kunnen.
 
De goede punten:
 
- 75 cm/sec is een heel stevige stroming die we niet zo vaak zien. Een roeiboot vaart met 3 m/sec (10 km/uur) vier keer zo snel.
 
- Stroming is heel voorspelbaar. Neem de moeite om op de kant of een brug te kijken hoe het water beweegt en te bedenken hoe je daar mee om moet gaan. Je zult zien dat de stroming soms onverwachte kanten uit gaat, maar het is altijd hetzelfde.
 
Ten slotte:
 
- Als er niet zeker van bent dat je voldoende snel en krachtig kunt handelen, kijk dan eens of de ergometers deze week geen betere optie zijn.
 
 

Het Beleidsplan Aangepast Roeien (zie hieronder) is in de ledenvergadering van maart 2010 is vastgesteld. Tevens is een Coördinator Aangepast Roeien benoemd (CAR). Op dit moment is dat Frans Boelaars en Edwin de Koning. Ze zijn via het mailadres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
te bereiken.

Glijplank
Er is een instructiepagina over het gebruik van de glijplank


roeien beperking HemusRV de Hertog voert geen actief wervingsbeleid inzake mensen met een handicap / beperking, maar als deze zich aanmelden zal bekeken worden of het mogelijk is hen te laten roeien. Dat is de rol van de coördinator. Indien er na de opstart structurele begeleiding nodig blijft, zal er een beroep worden gedaan op de familie om een buddy aan de roeier toe te wijzen.

We hebben we inmiddels ervaring opgedaan met diverse vragen / problemen met betrekking tot mensen met een roeibeperking.

In het Jaarverslag doet de Coördinator Aangepast Roeien verslag van de vraagstukken en wijze waarop gezocht is naar oplossingen. Inmiddels hebben diverse leden een plekje gevonden op onze vereniging, waaronder leden met visuele beperkingen, handklachten, verwachten wij iemand zonder been en hebben wij helaas afscheid moeten nemen van iemand met een stoornis in het autisme spectrum. Doofheid is een beperking die we (vooralsnog) niet aandurven. Het lijkt ons een onmogelijke opgave om altijd een goede logo roeivalidatiecommunicatie tot stand te brengen tussen coach, stuur en dove roeier. En dan kan de veiligheid in het geding komen. Nader onderzoek en afstemming met Stichting Roeivalidatie vindt plaats.


Roeien met een beperking binnen Roeivereniging De Hertog ‘s-Hertogenbosch
Aanzet tot beleid, januari 2010
Anke van Putten en Gerry Nijskens

Het beleidsplan van Roeivereniging De Hertog stelt dat zij een burgerroeivereniging wil zijn voor een brede groep actieve mensen, gericht op de regio ’s-Hertogenbosch. Het beleid is primair gericht op breedtesport. Dat betekent dat de roeieisen afgestemd moeten worden op de individuele wensen en mogelijkheden van de roeier, daarbij hoort ook de roeier met een beperking.

Voorliggend stuk is een voorzet om te komen tot een beleidsplan voor roeien met een beperking, vast te stellen door roeivereniging ‘De Hertog’.

Voor mensen met een beperking (lichamelijk of geestelijk) is een voorwaarde om te kunnen roeien, dat roeivereniging De Hertog de bereidheid heeft om dit mogelijk te maken. Dit houdt in dat roeivereniging De Hertog moet voldoen aan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning WMO.WMO helpt 1 Deze WMO draagt ertoe bij dat iedereen, beperkt of niet, kan participeren in de samenleving, dus ook zou moeten kunnen roeien. Mensen met een beperking die willen roeien, komen in het algemeen in contact met onze vereniging via
a. een van onze leden;
b. de sportconsulent van de gemeente ’s-Hertogenbosch;
c. op eigen initiatief.

Uitgangspunten zijn :

  1. Roeiers met een beperking worden hetzelfde behandeld als andere Hertogleden. Roeien met een beperking moet bij De Hertog tot de mogelijkheden behoren. Hij/zij volgt de gewone procedures, net als andere roeiers dat doen. Naast de reguliere voorwaarden van zich kunnen redden in het water (zwemmen) en de minimumleeftijd van twaalf jaar, is het noodzakelijk dat de roeier/roeister met een beperking zelfstandig is in de zelfverzorging (toiletbezoek en dergelijke) in een aangepaste situatie.
  2. Het bestuur van Roeivereniging De Hertog installeert een Commissie/Coördinator Aangepast Roeien (=CAR) die, al dan niet zelf, zorgt voor het praktisch mogelijk maken van het roeien met een beperking. De CAR zal, afhankelijk van de beperkingen van de aspirant roeier, advies inwinnen bij de Stichting Roeivalidatie in Rotterdam. Deze stichting heeft specifieke deskundigheid op het gebied van roeien met een beperking, kan adviezen geven en beoordelen welke maatregelen cq hulpmiddelen nodig zijn voor de betreffende roeier en zijn instructeur(s). De CAR legt verantwoording af van zijn activiteiten aan het bestuur; het bestuur blijft eindverantwoordelijk voor de activiteiten die de CAR ontplooit.
  3. In principe neemt de roeier/roeister met een beperking deel aan de reguliere introductiecursus van Roeivereniging De Hertog. Dit is een kennismaking met de vereniging en de roei-instructies tijdens de eerste tien weken van het leren roeien. Hierbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden en beperkingen van de roeier. De introductiecursus zal (mede) begeleid worden door mensen van de in te stellen Commissie Aangepast Roeien CAR.
  4. Vastgelegd moet worden wat de mogelijkheden zijn voor de roeier met beperking na het afronden van de introductiecursus. Zo dient een vervolgtraject te worden opgesteld. Daarin zijn ondermeer op te nemen toeleiding naar examen R1 (en deelname aan het inloop-roeien), en daarna de eventuele definitieve opname in een ploeg.

Jaarlijks wordt in de winterperiode (van oktober tot en met maart) indoor getraind, een circuit-training geschikt voor alle leden. Instromen kan iedere les, aanmelden is niet nodig. Een mooi alternatief voor de ergometer, of ideaal als training naast roeien en ergometeren.

indoor piep zaal kl

Locatie
We maken gebruik van de gymzaal van basisschool Boschveld aan de Zernikestraat 2 te 's-Hertogenbosch.

Tijden
De training is op woensdagavond van 20.00 – 21.15 uur onder enthousiaste begeleiding van Dennis Korthout. Kom 10 minuten eerder, zodat je kan helpen om banken, matten etc. klaar te zetten. De training duurt ongeveer een uur, met uitloop van een kwartier. In de kerst- en carnavalsvakantie is er in principe geen les omdat de school gesloten is.

Training
Het circuit bestaat uit 16 à 20 oefeningen afwisselend voor benen, buik/rug, armen, oftewel alles wat je gebruikt tijdens roeien. Je werkt in 2-tallen. We starten met 40 seconden per oefening, en naarmate het seizoen vordert loopt dit op naar 1 minuut. We doen 2 rondes met tussendoor een buikspierkwartiertje. In-en uitlopen (warming up en cooling down) hoort ook bij de training. En is het vooral ook erg gezellig om wekelijks met elkaar te sporten en weer eens wat andere leden van de Hertog te leren kennen. 

Doe je ook mee?
Vragen of meer info? Neem contact op met Dennis Korthout of de commissaris roeien.

 

 

 

Ben je op zoek naar een andere ploeg? Of ben je als ploeg op zoek naar nieuwe roeiers? 
De Transfercoördinator probeert vraag en aanbod van ploegen en roeiers met elkaar in contact te brengen. Tevens begeleidt hij/zij de instroom van nieuwe leden met roei-ervaring. Hij/zij fungeert als een makelaar die vraag en aanbod bij elkaar brengt.

Is jouw ploeg op zoek naar enthousiaste roeiers, of zoek jij een leuke ploeg?

Hieronder het prikbord met transferopties.
Neem contact op met Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.  om jouw oproep te plaatsen!

Oproepen: roeier zoekt ploeg zoekt roeier


.................

 

...............

 RV De Hertog

 Citadellaan 28
 5211 XB 's-Hertogenbosch

 Postbus 1623
 5200 BR 's-Hertogenbosch

Contact

Algemeen tel:
+31 (0)73-750 88 22
info@rvdehertog.nl
Secretariaat:
secretaris@rvdehertog.nl

Bank:
NL47 INGB 0006 3425 86
KVK-nummer: 40219767

Please publish modules in offcanvas position.