Regel 1: Veiligheid voorop
Coaches zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de jeugd, daarom is het belangrijk dat jeugd in de buurt blijft van coaches en dat er goed naar de coaches wordt geluisterd. Daarnaast verwachten we goed zeemanschap op het water.
Regel 2: Ga respectvol en sportief met elkaar om
Samen het water op, samen water af, samen nabespreken. Let op elkaar, help elkaar en hou elkaar verantwoordelijk.
Regel 3: Standaard iedereen aanwezig twee dagen per week
Er wordt wederzijds commitment verwacht van jeugdroeiers en jeugdcoaches. Standaard aanwezig zijn bij de roeitrainingen is belangrijk voor de continuïteit van het leren roeien en de planbaarheid. Als je toch een langere periode verhinderd bent voor 1 of meerdere trainingen, overleg dit dan vroegtijdig met de coaches.
Vul actief de planner in, zodat coaches vooruit kunnen plannen met materiaal en inhoud van de training.
Regel 4: Je wordt 10 minuten van tevoren verwacht, roeiklaar
Deze tijd is nodig om de indeling van boten te maken en de training voor te bespreken en spullen klaar te leggen. Zeker in de avond is de roeitijd soms beperkt, verspil deze niet.
Regel 5: Afmelden minimaal 1 training van tevoren, behalve bij overmacht door ziekte
Wederom belangrijk voor de planbaarheid van de trainingen en het reserveren van de boten.
Regel 6: Schoolvakantie komt overeen met roeivakantie
Regio zuid wordt hierin aangehouden. Tijdens reces kunnen er eventueel onderlinge afspraken gemaakt worden met coaches, mocht er de wens zijn om tussendoor te roeien.
Regel 7: Takenbeleid en vrijwilligersuren voor kinderen en ouders.
Onze vereniging draait op vrijwilligers. Om het jeugdroeien goed draaiende te houden hebben we soms ook de hulp nodig van de ouders. Dit kan in vele vormen, denk hierbij aan organiseren/begeleiden van activiteiten, hulp aan het vlot, rijden naar/helpen met wedstrijden, helpen met introductie, werving, social media beheer, coachen etc. Ieder lid wordt geacht 15 uur taakuren te verrichten per jaar. Meer mag natuurlijk ook.
Regel 8: Verantwoordelijk omgaan met ons kostbare materiaal
We zijn als roeiers aangewezen op materiaal in goede conditie. Bovendien is het materiaal erg kostbaar. Wij zijn hier met z'n allen verantwoordelijkheid voor. We gaan dus voorzichtig om met het materiaal en maken na iedere training de boot schoon. Help elkaar en spreek elkaar aan als onzorgvuldig met materiaal wordt omgegaan.

Roeien is een sport. Om beter te worden trainen we 2x per week, gaan we op examen om te laten zien dat er vooruitgang geboekt is en doen we mee aan enkele evenementen in de regio.
Voor degenen die meer willen dan het recreatieve regioroeien zal – in overleg met de ouders – een persoonlijk pad uitgestippeld worden, afhankelijk van leeftijd en ambities.
Veiligheid. Geen van de jeugdleden mag in zijn/haar eentje het water op. Tijdens de jeugdtrainingen kan wel afgesproken worden dat een ploeg/roeier vooruit mag roeien. Dan worden er afspraken gemaakt over hoe, wat en waar.
De jeugdleden èn coaches vullen één sportsplanner in, zodat ruim vantevoren bekend is hoeveel roeiers en coaches er zijn, zodat ook de boten ingepland kunnen worden.
Om ervoor te zorgen dat trainingen efficiënt verlopen wordt vooraf de indeling van boten gemaakt. Zo schrijven we ook niet meer boten af dan nodig, en blijft er voldoende beschikbaar voor de volwassenen. Iedereen is 10 minuten voor aanvangstijd aanwezig, o.a. voor het klaarleggen van de spullen.
In de zomerperiode en in de kerstvakantie is er een periode zonder training. Roeiers kunnen dan wel coaches om begeleiding vragen, als dat zo uitkomt.
Naast het roeien leren de jeugdleden ook sturen in de gestuurde nummers. Indien er interesse is kunnen zij ook opgeleid worden om in de 8+ te sturen bij de volwassenen.
De oudere jeugdleden helpen/coachen mee tijdens de introductie van de nieuwe jeugdleden. Dit valt binnen de 15 taakuren per jaar, dat ieder lid binnen het takenbeleid geacht wordt uit te voeren. Zodra de intro-roeiers het een beetje onder de knie hebben, kan er samengeroeid en gemixed worden.
Kleding Algemeen
Het lichaam geeft warmte af door geleiding, straling, stroming en transpiratie. Als kleren vochtig worden door zweet kan meer dan 99% van het warmte-isolement verloren gaan. Sportkleding moet daarom aangepast zijn aan zware lichamelijke inspanning. Een sporter die flink transpireert tijdens zware inspanning moet loszittende kleding dragen voor een goede ventilatie. De ventilatie vindt voor een groot deel plaats door de kleren heen, maar niet voldoende om al het zweet af te voeren.
Tijdens langdurige trainingen, speciaal in de winter, moeten verschillende dunnen lagen kleding over elkaar gedragen worden in plaats van minder en dikkere kleding. Meerdere lagen vormen namelijk door de lucht ertussen een betere isolatie.
Onderste laag kleding: het beste is een thermoshirt, omdat dit het afvoeren van zweet mogelijk maakt. Het liefst met lange mouwen en lang genoeg bij de heupen, zodat de onderrug niet aan de kou bloot kan worden gesteld.
Tussenlaag kleding: de tussenlaag dient om de warmte-isolatie te vergroten en is dus alleen noodzakelijk onder koude omstandigheden. Liefst iets van wol of katoen. In de winter is wol aan te raden omdat het beter isoleert en vocht doorlaat.
Bovenkleding: de bovenlaag kan bestaan uit winddichte stof dat verdamping mogelijk maakt.
Sportbroek: de broek die rechtstreeks op de huid wordt gedragen moet het liefst van katoen zijn zodat de huid niet prikkelt en wel zweet opneemt.
Kleding voor roeien
Bij aangenaam weer
Roeien doe je bij aangename temperaturen in een korte broek met strakke pijpen, zodat die niet onder de wieltjes kunnen komen. Daarboven een shirt, naar eigen welbevinden met korte dan wel zonder mouwen.
Het is wel belangrijk om voor en na de training hier overheen een trainingspak of iets vergelijkbaars te dragen, tenzij het echt heel erg warm is. In dit geval is het wel van belang dat je na de training droge kleding aan kunt trekken. Je bent na de training nat van het zweet, van gespetter van ploeggenoten of van binnenkomende golven van binnenvaartschepen.
FIETS NOOIT IN NATTE KLEDING NAAR HUIS.
Bij koud/ regenachtig weer
En dit geldt dan zeer zeker voor roeien, als het kouder is. Je roeioutfit bestaat dan uit een lange, strakke broek en een shirt met lange mouwen. Soms is een thermo-shirt eronder geen overbodige luxe!
Zorg er dan voor dat je zeker eventueel natte roeikleding na de training kunt vervangen door droge en doe er bij echt koud weer nog een trainingspak overheen. Tijdens het roeien krijg je het behoorlijk warm, voorkom dat je te snel of te veel afkoelt onderweg naar huis.
En tot slot: ALS JE GAAT SKIFFEN, NEEM JE ALTIJD DROGE KLEDING MEE.
De reden daarvoor lijkt ons duidelijk.
Dus als je dit gelezen hebt, kom je tot de conclusie dat je eigenlijk altijd moet zorgen dat je na de training iets droogs kunt aantrekken. Bij koud(er) weer draag je voor en na de training nog een trainingspak of iets dergelijks over je roeikleding.
Afspraken gemaakt tijdens Jeugdoverleg d.d. 2 feb 2010 met Jeugdcoördinator, commissaris Materiaal, examencommissie en commissaris Roeien.
1) Cybernetische roeimethode en examens doen
Het komt er op neer dat jeugdleden tijdens de introductie geen R1 halen maar direct S2.
Skiffen 2. Met dit examen kun je zelfstandig varen in de meeste gladde skiffs en daarmee gelijkgestelde boten. De proef Skiffen 1 is NIET nodig om Skiffen 2 te kunnen afleggen. Het is sterk aan te raden dat Sturen A en de roeiproef Roeien 1 met succes zijn afgelegd, maar verplicht is dat niet. Hoewel afgeraden, kan iemand die geen Stuurproef- of Roeien 1 heeft deze proef doen, dan worden wel extra eisen gesteld. Iemand die de proef Skiffen 2 heeft gehaald heeft overigens NIET automatisch Sturen A. In overleg met de afroeicommissie is het mogelijk om tegelijkertijd Skiffen 2 en Roeien 1 af te leggen.
NB: in 2014 heeft er een herijking van de examens S1 en S2 plaatsgevonden, waardoor roeiers niet meer automatisch opgaan voor S2 (en S1), maar eerst voor S1 (waarbij het mogelijk is om ook gelijk S2 te behalen, indien voldaan wordt aan de eisen).
2) Toewijzing gladde boten
De jeugd oefent conform de cybernetische roeimethode maar bij bepaalde omstandigheden, zoals kou, is skiffen geen optie. De jeugd (die S2 behaald heeft) mag in elke gladde boot (R2 of S2) roeien. <<Oók de Baselaar, de Esplanade en de nieuwe Swift-vier>>. De jeugd heeft vanaf nu dus een toewijzing voor deze gladde boten. De afroeicommissie vindt dit een goede zaak en de jeugdleden zijn gekwalificeerd genoeg om met deze boten uit de voeten te kunnen. Bovendien is er altijd voldoende begeleiding in de boot en/of op de kant.
NB: Lees sinds 2014 na herijking examens: De jeugd (die S1 heeft behaald) mag in elke gladde boot (R2 of S2) roeien.
3) Sturen bij de jeugd
De jeugd krijgt vanaf het behalen van S2 stuurles in een gladde boot. Dit kan alleen gebeuren onder voorwaarde dat er een ervaren coach op boeg zit met een S2 of S3 bevoegdheid. Het sturen wordt alleen geoefend onder begeleiding. Bovendien zal de jeugd nooit oefenen met sturen op open water want de jeugd komt niet voorbij de Diezebrug.
NB: Lees sinds 2014 na herijking examens: De jeugd krijgt vanaf het behalen van S1 stuurles in een gladde boot.
Stuuroefeningen, zoals het varen door paaltjes, drenkeling ophalen en de citadel aantikken, worden gedaan in C0-materiaal.
Kortom: de jeugd oefent in glad materiaal om commando’s te oefenen en in C-materiaal om de ‘vaardigheidsproeven’ te oefenen. De jeugd kan er voor kiezen om volgens de nieuwe stuurinstructie te leren sturen. Middels een afvinklijst worden door de stuurinstructeur per week leerdoelen met een herhaalde cyclus gepland.
Uit het verslag Exacie, Jeugdcie en bestuur d.d. feb/mrt 2014:
Omdat de jeugd een andere examenroute heeft dan de overige leden (namelijk eerst S1 en S2 en vervolgens Theorie en Sturen A, en aansluitend R1 en R2) werkt het goed om liefst 2x per jaar een middag met Jeugdexamens in te plannen. De jeugd kan dan in alle nummers op examen, maar alleen degenen die er klaar voor zijn en van wie dus verwacht kan worden dat ze zullen slagen. De jeugdexamens worden gepland in september en mei.
In de bestuursvergadering van 2-8-2010 is de vraag of jongemensen van 18 jaar zelfstandig mogen coachen aan de orde geweest.
Het bestuur heeft besloten dat dit is toegestaan, mits aan onderstaande werkwijze wordt voldaan.
's Hertogenbosch kent sinds 1 jan 2009 een collectieve verzekering voor vrijwilligerswerk. Gezien het feit dat 18-jarigen volgens de wet als volwassen worden beschouwd en wetende dat schades ontstaan tijdens vrijwilligerswerk collectief verzekerd zijn, is dit geen beperking voor de wens van onze 18-jarigen om zelfstandig te mogen coachen.
Omdat 18-jarigen nu eenmaal minder levenservaring hebben dan andere volwassenen coaches op de Hertog, is het noodzakelijk hen ruimschoots op de coach-taak voor te bereiden, door mogelijke calamiteiten en oplossingen met hen door te spreken. Dan denken we met name aan calamiteiten als :
- pupil slaat om
- pupil en/of coach wordt lastig gevallen door omstanders
- andere ?
Deze scenario's moeten doorgesproken worden en afspraken moeten gemaakt worden over hoe er dan gehandeld dient te worden.
Natuurlijk is dit eigenlijk niet alleen van toepassing op de jeugd, maar op alle skiffeurs/ploegen. Dit is dus een aandachtspunt in het Veiligheidsplan.
Daarbij gaan we ervan uit dat de 18-jarige al enige tijd heeft gecoachd onder leiding van een 'meer volwassen' coach in de periode voorafgaand aan zijn 18e verjaardag en dat hij dus weet hoe hij een roeitraining moet verzorgen (roei-inhoudelijk).
Deze aanpak dient tevens besproken te worden met de ouders van zowel de jeugd-pupillen, als die van de 18-jarigen.
De ene 18-jarige is de andere niet. Het is aan de jeugdcommissie om te bepalen of een 18-jarige wel of niet zelfstandig mag coachen. In deze afweging wordt dan meegenomen : roei-inhoudelijke kwaliteiten en stressbestendigheid m.b.t. calamiteiten. Dit zijn overigens zwaardere eisen dan die op dit moment aan overige coaches op de RV worden gesteld.